Navigatie en titel overslaan

Thema's

Suriname

Krijgsverrichtingen 1940-1945

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in 1939 liet de defensie van Suriname veel te wensen over, terwijl de bauxietsector een mogelijk doelwit voor de Duitsers was. De gouverneur van Suriname beschikte echter slechts over een paar honderd beroepsmilitairen uit het KNIL, een aantal eenheden militaire politie en enkele kleine vrijwilligerskorpsen. Suriname had praktisch geen verdediging, op een paar kanonnen na die alleen voor saluutschoten geschikt waren. Net als op de Antillen werd ook hier in 1940 onder Nederlands bevel een binnenlandse landmacht gevormd, de Schutterij. Op 10 mei, toen in verband met de Duitse inval in Nederland de staat van beleg was afgekondigd, werd de Schutterij mobiel verklaard. De eerste militaire operatie in Suriname was het in beslag nemen van Duitse koopvaardijschepen en het interneren van de bemanning, evenals van de Duitse inwoners. Zij werden als potentieel staatsgevaarlijke elementen gevangengezet in het kamp Copieweg.

Suriname kwam de oorlog zonder veel kleerscheuren door. Ook is hier nooit gevochten, de kolonie was wel op haar hoede. In het eerste oorlogsjaar werden in Suriname evacuatieplannen uitgewerkt, schuilplaatsen aangelegd, verduisteringstesten uitgevoerd en luchtalarmoefeningen gehouden. Pas in 1942 werden mannen vanaf achttien jaar verplicht dienst te nemen in de Schutterij en groeide het leger tot drieduizend manschappen. Het opvoeren van de strijdkrachten hield verband met de dreiging vanuit Surinaamse buurlanden. Frans-Guyana had zich loyaal verklaard aan de met Duitsland collaborerende Vichy-regering in Frankrijk, terwijl Brazilië bijna een miljoen Duitse inwoners telde. Een inval vanuit deze landen werd in Suriname als een reële mogelijkheid beschouwd. Na de komst van ongeveer tweeduizend Amerikaanse soldaten, die in november 1941 de bauxietmijnen kwamen beschermen, werd besloten tot uitbreiding van het Surinaamse leger. De Nederlandse regering vreesde namelijk dat zij met de komst van de Amerikaanse beschermingstroepen de zeggenschap over de kolonie zou kunnen verliezen. Als tegenwicht tegen de Amerikaanse aanwezigheid werd het leger uitgebreid en kon uiteindelijk ongeveer vierduizend man op de been worden gebracht.

De Amerikaanse deelname aan de oorlog, in december 1941, had directe gevolgen voor Suriname. In het Caribische gebied vielen Duitse onderzeebotenmet veel succes (Amerikaans) bevoorradingsschepen aan. Meer dan één vijfde van de Surinaamse bauxiettransporten ging verloren en tientallen Surinaamse en Antilliaanse boordschutters kwamen om het leven. Ter bescherming van Aruba en Curaçao legden de Amerikanen in de haven antitorpedonetten en boden lucht- en waterbescherming. In Suriname zaten de Amerikanen evenmin stil. Vliegveld Zanderij werd als tussenstop op de route naar Noord-Afrika uitgebouwd tot een van de belangrijkste militaire vliegvelden in Zuid-Amerika. Verder werden wegen aangelegd en verdedigingswerken gemoderniseerd. In 1943 was het gevaar voor aanslagen op bauxietmijnen vanuit de buurlanden geweken. Brazilië had in 1942 de oorlog aan Duitsland verklaard en Frans-Guyana was door de Vrije Fransen overgenomen. In de Caribische zee waren de Verenigde Staten aan de winnende hand. In september werd het grootste gedeelte van de Amerikaanse troepenmacht in Suriname vervangen door Porto Ricanen. Omdat de regering in ballingschap een bijdrage wilde leveren aan de krijgsverrichtingen werd een deel van het Antilliaanse en Surinaamse leger vanaf de zomer van 1944 ingezet ter bevrijding van West-Europa en Nederlands-Indië. In de Caribische zee was de oorlog praktisch ten einde; in Suriname was geen enkel vijandelijk schot gelost. In 1947 verlieten de laatste Amerikanen de kolonie.

Wat kunt u onder dit thema vinden?
Omdat Suriname niet direct betrokken is geweest in de oorlog, vindt u hier voornamelijk meer algemene archieven, zoals van de Koninklijke Marine of het Ministerie van Oorlog in Londen.

Literatuurverwijzingen

P.W. Jansen, Suriname: ‘Land in oorlog’: een verkennend onderzoek naar het beveiligingsbeleid van Suriname tijdens de Tweede Wereldoorlog (Utrecht 1986). 

L. de Jong, Het koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. Dl. IX, (Den Haag 1979).

B. Scholtens, Suriname tijdens de Tweede Wereldoorlog (Paramaribo 1985).