Navigatie en titel overslaan

Thema's

Suriname

Amerikaanse Beschermingstroepen

Suriname speelde in de Tweede Wereldoorlog vooral een rol vanwege de bauxiet. De geallieerde gevechtsvliegtuigen - met name de Amerikaanse - waren gebouwd met aluminium verkregen uit overwegend Surinaams bauxiet. Behalve groot economisch voordeel bracht de aanwezigheid van bauxiet ook een risico met zich mee, vanwege de slechte verdediging van de kolonie. Gouverneur Kielstra had al na het uitbreken van de oorlog in september 1939 in Den Haag herhaaldelijk aangedrongen op versterking van de troepen en de bewapening. Steeds had hij nul op het request gekregen, want de regering verwachtte net als tijdens de Eerste Wereldoorlog neutraal te blijven.

In juni 1941 vroeg Kielstra de Nederlandse regering in ballingschap opnieuw om versterking van de defensie, omdat hij vreesde dat Nederland gezichtsverlies zou lijden als de Verenigde Staten de verdediging van Suriname op zich zouden nemen. De VS waren weliswaar nog neutraal, maar bereidden zich al wel voor op oorlogsdeelname omdat zij vreesden dat nazi-Duitsland Latijns-Amerika zou willen veroveren. Ook werd het mogelijk geacht dat vanuit Frans-Guyana, een kolonie van het pro-Duitse Vichy-Frankrijk, een aanval op Suriname kon worden ondernomen. In september 1941 deed de Amerikaanse president Roosevelt koningin Wilhelmina per brief het aanbod om drieduizend Amerikaanse militairen naar Suriname te sturen.

De Nederlandse regering kon dit aanbod moeilijk weigeren, ook al was zij in wezen tegen het idee om in Suriname Amerikaanse troepen te legeren. Hierdoor zou men de zeggenschap over de kolonie wel eens kunnen verliezen. Nederland ging onder voorwaarden akkoord met het Amerikaanse aanbod. De Amerikaanse troepen moesten onder Nederlands opperbevel staan, de tijdelijkheid en uitzonderlijkheid van de Amerikaanse aanwezigheid moest worden benadrukt en Nederland zou de kosten – een miljoen gulden per jaar – op zich nemen. Tevens werden ook 156 militairen van het in Groot-Brittannië en Canada gevormde Nederlands leger, de Prinses Irene Brigade, naar Suriname gezonden. Van het overbrengen van 167 KNIL-militairen uit Nederlands-Indië werd afgezien, omdat de VS akkoord gingen met de Nederlandse voorwaarden.

Op 16 november 1941 maakte Radio Oranje bekend dat ter bescherming van de bauxietmijnen Amerikaanse troepen naar Suriname zouden komen. Nog diezelfde maand arriveerden de eerste duizend soldaten in Paramaribo, tot grote ergernis van gouverneur Kielstra. Vanuit Londen werd er ook voor gewaarschuwd dat de Duitse propaganda de Amerikaanse steun zou uitbuiten. Inderdaad werd in het bezette Nederland een campagne gelanceerd met affiches waarop de Nederlandse vlag wordt weggescheurd van de kaart van Suriname en de Antillen. Het bijschrift luidde: ‘Eens met bloed en zweet verworven voor ons volk, nu verraden en verkwanseld’. Hoewel ook de Amerikanen benadrukten dat zij alleen in Suriname waren om de bauxietmijnen te beschermen, leefde onder sommige delen van de lokale bevolking het idee dat Amerika de militaire rol van Nederland had overgenomen. In 1943 werd het grootste deel van de Noord-Amerikaanse troepenmacht op zowel de Antillen als in Suriname vervangen door Porto Ricanen. In 1947 vertrokken ook de laatste Amerikanen.

Wat kunt u onder dit thema vinden?
U vindt hier alles wat te maken heeft met de Amerikaanse aanwezigheid in Suriname. Dat kunnen dus zowel militaire stukken zijn, als stukken over de neveneffecten van de Amerikaanse aanwezigheid.

Literatuurverwijzingen

L. van der Horst, Wereldoorlog in de West: Suriname, de Nederlandse Antillen en Aruba, 1940-1945 (Hilversum 2004).

B. Scholtens, Suriname tijdens de Tweede Wereldoorlog (Paramaribo 1985).