Navigatie en titel overslaan

Thema's

Nederlandse Antillen

Oorlogsindustrie olie

Evenals Suriname raakten de Antillen vooral vanwege hun economische betekenis betrokken bij de Tweede Wereldoorlog. De geallieerde luchtmacht maakte vooral gebruik van de brandstof afkomstig van olieraffinaderijen op Curaçao en Aruba, waar raffinaderijen van ‘Koninklijke/Shell’ en van het Amerikaanse bedrijf Standard Oil gevestigd waren. Hier werd de ruwe olie verwerkt die afkomstig was uit Venezuela.

Tijdens de oorlog werd de productie van de Antilliaanse raffinaderijen sterk opgevoerd. Al in 1941 was 80% van de totale voorraad vliegtuigbenzine van de westelijke geallieerden afkomstig uit de Nederlandse Antillen. Vanaf 1943 werd olie naar Groot-Brittannië verscheept in verband met de geallieerde landing in Normandië en in 1944-’45 was 75% van de oliebrandstof voor de strijd in de Stille Oceaan, de Pacific War, afkomstig uit Aruba en Curaçao. Door de verhoging van de olieproductie werd de Antilliaanse economie flink gestimuleerd. Bij ‘Koninklijke/Shell’ alleen al werden in 1942 duizenden nieuwe arbeidsplaatsen geschapen en de lonen waren goed. Spoedig ontstond krapte op de arbeidsmarkt en moest er personeel uit het buitenland worden geworven: Portugezen uit Venezuela en Brits-Indiërs van Barbedos en Grenada. Ook de aanwezigheid van de duizenden Amerikaanse militairen was gunstig voor de economie. Zij bouwden nieuwe defensiewerken – schuilkelders, loopgraven, bunkers, munitie- en wapenmagazijnen – en brachten ook door hun dagelijkse uitgaven geld in het laatje.

De hausse in de olie-industrie had negatieve gevolgen voor de Antilliaanse landbouw. Door de hogere lonen trokken de boeren naar de industriële centra, waardoor de plantages in verval raakten en de landbouwprijzen stegen. Gouverneur P.A. Kasteel, de opvolger van Wouters, probeerde in 1943 deze ontwikkeling tevergeefs te keren door landbouwsubsidies in te stellen.

Ook de belemmering van de import leidde tot schaarste. Sinds de handel met Nederland was komen stil te liggen, werden producten uit Zuid-Amerika en de Verenigde Staten geïmporteerd. Als gevolg van de oorlogsomstandigheden waren deze producten veel duurder. De verzekeringspremies waren hoog en in de schepen werd de meeste plaats ingenomen door oorlogsmaterieel.

Ook al namen de agrarische productie en de import af, in de Antillen werd – anders dan in andere Caribische landen – tijdens de oorlog geen honger geleden. Dat was mede te danken aan de overheid, die de consumptie van alternatieve lokale gewassen stimuleerde en de kleine industrie bevorderde. Nieuwe fabriekjes werden opgericht en in verval geraakte sectoren leefden op, zoals de sigarettenfabricage op Curaçao. Na verhoging van de invoerrechten werden de lokale sigaretten bijna de helft goedkoper.

Wat kunt u onder dit thema vinden?
Alles wat met de raffinaderijen te maken heeft, is onder dit thema geplaatst. Dit kunnen zowel bedrijfsarchieven zijn, als archieven met betrekking tot de militaire toepassing van de industrie.

Literatuurverwijzingen

G.L. Isena, Curacao, Aruba, Bonaire en Suriname in de Tweede Wereldoorlog (s.l. 2008).

L. de Jong, Het koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. Dl. IX, (Den Haag 1979).