Navigatie en titel overslaan

Thema's

Nederlandse Antillen

Nederlands Bestuur

De Nederlandse Antillen werden bestuurd door een Nederlandse gouverneur, Gielliam J.J. Wouters. Nadat het nieuws van de overval van nazi-Duitsland op Nederland bekend was geworden, kondigde hij de staat van beleg af die hem vrijwel onbeperkte volmachten gaf. Perscensuur werd ingevoerd, stakingen werden verboden en vermeende staatsvijanden werden geïnterneerd. Dat waren in de eerste plaats de Duitsers die op de eilanden woonden, met inbegrip van enkele uit Duitsland en Oostenrijk gevluchte joden. Wouters interneringsbeleid bracht hem in conflict met de Antilliaans-joodse gemeenschap en met de Nederlandse regering, die druk op de gouverneur uitoefenden de Duitse joden vrij te laten.

Behalve over het interneringsbeleid kwam het tussen Wouters en de Nederlandse regering ook tot spanningen over zijn vluchtelingenbeleid. Herhaaldelijk verzocht de regering in de zomer van 1940 de gouverneur vluchtelingen toe te laten. Onder de bevolking bestond bereidheid hen op te nemen, maar Wouters verzette zich. Hij vond het onverantwoord grote groepen vluchtelingen, die naar zijn oordeel nooit meer zouden vertrekken, toe te laten op de eilanden waar de woningnood toch al groot was. Wouters grootste aandacht ging uit naar de militaire verdediging van de eilanden, waarmee het slecht gesteld was. Al na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in september 1939 had Wouters bij Den Haag aangedrongen op het zenden van meer troepen en defensiematerieel. De Nederlandse regering achtte dat niet noodzakelijk, omdat zij ervan uitging dat het koninkrijk Nederland evenals in de Eerste Wereldoorlog neutraal zou blijven.

De tegenstellingen over het defensiebeleid bleven. In een proclamatie op 10 mei 1940 had Wouters de bevolking laten weten bij de verdediging van de eilanden hulp van andere landen af te wijzen. Dit was echter in tegenspraak met het officiële Nederlandse standpunt, wat hem bij de regering niet geliefder maakte. Groot was het prestigeverlies van de gouverneur, toen al de volgende dag zo’n vijftienhonderd Franse en Britse troepen op de Antillen aankwamen om de eilanden te beschermen. Want de olietoevoer uit Aruba en Curaçao was van vitaal belang voor de geallieerde oorlogseconomieën.

Ook bij de volksvertegenwoordiging, de Staten van Curaçao, lag de gouverneur niet goed. In een rapport uit 1941 beschreven de statenleden hem als een ‘betrekkelijk bekrompen en kortzichtig’ bestuurder, die weinig begrip had voor de door de oorlog gewijzigde omstandigheden. Dit bleek onder meer in 1942, toen er onder Chinese matrozen, die onderin de olietankers werkten, een staking uitbrak. De stakers eisten betere betaling en veiligheidsvoorzieningen. Omdat staken in verband met de oorlogvoering verboden was, liet Wouters de Chinezen opsluiten in een kamp. Hier ontstond een oproer die de gouverneur met veel geweld liet neerslaan; vijftien Chinezen vonden de dood. Door dit incident verloor de Nederlandse regering haar vertrouwen in de gouverneur, die het veld moest ruimen voor de jonge journalist P.A. Kasteel. De nieuwe gouverneur verscherpte de veiligheidseisen voor schepen en zette zich in voor betere betaling van buitenlandse arbeidskrachten. Ook breidde hij de bewegingsvrijheid van de Duitse vluchtelingen uit, maar zij moesten zich wel dagelijks bij de politie melden en mochten geen radiotoestel bezitten. Deze en andere beperkende maatregelen werden pas in juni 1944 opgeheven.

Wat kunt u onder dit thema vinden?
U vindt hier alles wat betrekking heeft op het Nederlandse bestuur van de Nederlandse Antillen. Denkt u daarbij ook aan stukken van het Ministerie van Koloniën in Londen.

Literatuurverwijzingen

G.L. Isena, Curacao, Aruba, Bonaire en Suriname in de Tweede Wereldoorlog (s.l. 2008). 

L. de Jong, Het koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. Dl. IX, (Den Haag 1979).