Navigatie en titel overslaan

Thema's

Nederlandse Antillen

Krijgsverrichtingen 1940-1945

Al op 14 mei 1940 moest het Nederlands leger zich overgeven. Nederland werd door nazi-Duitsland bezet en de vrije Antillen verkeerden nu in staat van oorlog. Met hun olieraffinaderijen waren de eilanden onmisbaar voor de geallieerde economie en vooral voor de oorlogvoering. De olie in Frankrijk en Groot-Brittannië kwam voor meer dan 40% uit de Antillen en de Britse luchtmacht draaide in 1939 zelfs voor 80% op vliegtuigbenzine afkomstig van Aruba en Curaçao. Ook de Amerikaanse markt kon niet zonder Arubaanse benzine. Door hun slechte verdediging waren de raffinaderijen echter een gemakkelijke prooi voor de Duitse agressor. Verdediging van de olie-installaties was daarmee geen louter Nederlandse zaak, maar een belang van de westerse geallieerden.

Gouverneur Wouters had voor de oorlog al herhaaldelijk maar tevergeefs aangedrongen op versterking van de troepen en de bewapening. De regering in Den Haag ging ervan uit dat Nederland evenals in de Eerste Wereldoorlog bij een gewapend conflict neutraal zou blijven. De meeste beschikbare troepen werden ingezet in het economisch belangrijke Nederlands-Indië en in Nederland zelf. Toen Wouters in mei 1940 bij proclamatie aan de bevolking de oorlogstoestand bekendmaakte, ging hij ervan uit dat er geen buitenlandse hulp zou worden ingeroepen. Maar dit was niet het officiële standpunt van de Nederlandse regering, dat met Groot-Brittannië, Frankrijk en later met de VS afspraken maakte over militaire hulp.

Zonder overleg met de gouverneur van de Antillen was Den Haag akkoord met een Brits-Frans aanbod troepen te sturen ter bescherming van de Antillen. Op Curaçao en Aruba werden ruim vijftienhonderd Britse militairen gelegerd. Kort nadat de Verenigde Staten aan de oorlog waren gaan deelnemen, namen zij de bescherming van de Antillen over. Had Hitler in 1940 nog afgezien van een aanval op de olieraffinaderijen om de toen nog neutrale VS niet te provoceren, nu was er geen enkele reden meer voor Duitsland dat land te ontzien. Januari 1942 begon Operatie Paukenschlag, die gericht was tegen geallieerde bevoorradingsschepen en de olieraffinaderijen. Nadat het tankerschip Pedernales door een Duitse torpedo was getroffen, kwamen de Amerikanen in het geweer. Oorlogsvliegtuigen en torpedojagers werden naar de Antillen gestuurd, Blimps (kleine zeppelins) werden ingezet voor de opsporing van duikboten en de bescherming van de schepen. Militair gezien waren de Duitse operaties een succes; bijna vierhonderd schepen werden door U-Boote getorpedeerd. Een aanval op de raffinaderij aan de Bullenbaai op Curaçao kon worden voorkomen dankzij de oplettendheid van de kustartillerie, die bediend werd door het Antilliaanse leger.

Nadat in november 1942 de Amerikaanse kanonneerboot Erie door een vijandelijke torpedo tot zinken was gebracht, bereikten de Duitse onderzeebootaanvallen in de maanden daarna een hoogtepunt. Daardoor dreigde op de Antillen hongernood, die echter dankzij de Amerikaanse antiduikbootmaatregelen kon worden voorkomen. Bovendien konden de Duitsers de aanvallen in het Caribisch gebied niet langer volhouden, nadat zij in de Sovjet-Unie en in Noord-Afrika in 1943 zware verliezen hadden geleden. In september konden de Amerikanen het Caribisch gebied officieel vrij van oorlogsgevaar verklaren. Begin 1944 werd de Amerikaanse troepenmacht in snel tempo terug gebracht; op 30 mei 1945 vertrokken de meeste Amerikaanse soldaten van de Antillen. De meeste Antilliaanse slachtoffers in de oorlog waren geen soldaten, maar bemanningsleden van de olietankers.

Wat kunt u onder dit thema vinden?
Omdat de Nederlandse Antillen niet direct betrokken zijn geweest in de oorlog, vindt u hier voornamelijk meer algemene archieven, zoals van de Koninklijke Marine of het Ministerie van Oorlog in Londen.

Literatuurverwijzingen

G.L. Isena, Curacao, Aruba, Bonaire en Suriname in de Tweede Wereldoorlog (s.l. 2008).

L. de Jong, Het koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. Dl. IX, (Den Haag 1979).