Navigatie en titel overslaan

Thema's

Nederlands-Indië

Steun en Opvang

Van de (Indo-) Europeanen die niet door de Japanners werden geïnterneerd kregen velen grote moeilijkheden in hun dagelijks levensonderhoud te voorzien. Ook arme Chinezen en Indonesiërs konden de eindjes nauwelijks aan elkaar knopen. Op Java kwamen veel Nederlanders, Indische Nederlanders, Indonesische oud-Knil-militairen en gezinnen van Indonesische Knil-militairen in grote moeilijkheden te verkeren. De banken werden immers gesloten, postwissels niet meer uitbetaald, de betaling van pensioenen werd gestaakt, alle salarissen werden drastisch verlaagd en het Nederlands bedrijfsleven werd door Japanners overgenomen of geliquideerd. Door een handeltje te beginnen konden velen nog enige tijd het hoofd boven water houden. Anderen werden geholpen door hun voormalige werkgevers, zoals de Bataafse Petroleum Maatschappij en de Koninklijke Paketvaart Maatschappij. Deze en ander bedrijven waren nog enige tijd in staat de werknemers die zij hadden moeten ontslaan financieel te ondersteunen. Maar al in april 1942 bleek dat meer hulp nodig was.

Die steun werd verleend door de kerken, gemeentelijke organen, door particuliere comités en, op Oost-Java, onder meer door het Rode Kruis. In Batavia slaagde de hervormde diaconie erin tot aan de Japanse capitulatie ongeveer 6000 (Indo-) Europese, Chinese en Indonesische hervormden enig soelaas te bieden. In Bandoeng was de diaconale arbeid door de Japanners verboden, maar zij werd clandestien – ook aan niet-protestanten – voortgezet. Ook de katholieke kerk ondernam vanaf het begin van de bezetting steunacties, zowel openlijk als clandestien. Het Indo-Europees Verbond, dat sinds haar oprichting steun had verleend aan behoeftige Indo’s, breidde zijn hulpactie uit. Midden 1942 gaf de Japanse burgemeester van Batavia toestemming tot oprichting van het Gemeentelijk Europees Steun-Comité om de hulpverlening systematisch aan te pakken. Het GESC, een initiatief van (Indo)-Europeanen, kreeg een dagelijks bestuur waarin zowel katholieke als protestantse steunorganisaties zitting hadden. Direct na haar oprichting werd besloten de basissteun (vijf cent en een halve liter rijst) ook aan noodlijdende (Indo-) Europeanen te verstrekken. Behoeftige Indonesiërs, Chinezen en Arabieren ontvingen deze steun al van de gemeente Batavia.

In Soerabaja, dat onder bestuur stond van de Japanse marine, gaven de bezettingsautoriteiten toestemming aan de Vereniging van Huisvrouwen om het steunwerk ter hand te nemen. Aan ongeveer 10.000 gezinnen kon de vereniging hulp bieden. De hulporganisatie werd financieel gesteund door het bedrijfsleven, dat in Soerabaja minder scherp gecontroleerd en ook minder snel geliquideerd werd dan elders op Java. In Soerabaja was ook het Nederlands-Indisch Rode Kruis actief. De Japanse marinecommandant tolereerde dat de organisatie krijgsgevangenen op Oost-Java alle mogelijke hulp kon verstrekken. Toen deze Kruis-organisatie in mei 1943 opgeheven werd, had zij op talloze plaatsen op Midden- en Oost-Java afdelingen opgericht, waarvan die in Malang zeer actief is geweest. Deze afdeling mocht haar werk van de Japanners voortzetten onder de naam Centraal Steun Comité. Het comité, dat onder andere rond 2000 gezinsleden van oud militairen van het Knil opving, hield zich onder meer bezig met het verzorgen van medische voorzieningen, het inrichten van gaarkeukens en het oprichten van tehuizen voor daklozen. In de benodigde financiële middelen werd vooral door vermogende Chinezen voorzien.

Wat kunt u onder dit thema vinden?
U vindt hier van alles wat met ondersteuning en opvang heeft te maken, zoals de opvang van evacués of de ondersteuning van oorlogsslachtoffers na de oorlog. Verder vindt u hier organisaties die met steun en opvang te maken hebben, zoals het Rode Kruis.

Literatuurverwijzingen

G.R. van Aalderen, Steunverlening aan Nederlanders gedurende de Japanse bezetting in Nederlands-Indië  (Nijmegen 1971).

L. van Bergen, Een menslievende en nationale taak: oorlog, kolonialisme en het Rode Kruis in Nederlandsch-Indië 1870-1950 (Soesterberg 2004).

L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. Dl. XI b: Nederlands-Indië II : eerste helft (Leiden 1985).