Navigatie en titel overslaan

Thema's

Nederlands-Indië

Oorlogsslachtoffers en Gesneuvelden

De ervaringen van de Nederlandse oorlogsslachtoffers in Azië verschilden van die in Europa. Niet alleen waren de omstandigheden in de Japanse kampen anders dan die in de Duitse kampen, ook de situatie buiten de kampen, in bezet Indonesië, week af van die in bezet Nederland. Bovendien kwam de bevrijding in Indië maanden later dan in Europa en luidde zij het begin in van een periode van bestaansonzekerheid en geweld. Mede daardoor liet de hereniging van uiteengeslagen gezinnen vele maanden op zich wachten, net als de repatriëring naar Nederland - die voor velen helemaal geen terugkeer was maar een emigratie.

Ook onderling vertoonden de slachtoffergroepen van oorlog en bezetting in Azië grote verschillen. Zo zaten de burgergeïnterneerden vooral in kampen op Java, terwijl de krijgsgevangen genomen militairen merendeels vastzaten en tewerkgesteld waren in Thailand, Singapore en Japan. Een grote groep Indo’s bleef buiten de kampen, maar belandde na afloop van de oorlog alsnog in republikeinse ‘beschermingskampen’. In de Japanse internering zijn veel slachtoffers gevallen. Van de krijgsgevangenen is ongeveer 20 procent omgekomen, van de burgers ruim 10 procent. De oorzaak was meestal ziekte en uitputting, gevolg van de Japanse verwaarlozing. Dikwijls was er te weinig voedsel en medische zorg was vrijwel afwezig. Ook wreedheden en mishandeling kwamen voor.

Aanvankelijk had de Nederlands-Indische regering geen werk gemaakt van evacuatie van de geïnterneerden naar Nederland, maar in december 1945 waren de plannen daartoe gereed. Verantwoordelijk voor het vervoer van de evacués vanaf Batavia tot hun (tijdelijk) verblijf in Nederland was de Repatriëringsdienst ressorterend onder het Militaire Gezag, later onder het ministerie van Overzeese Gebiedsdelen. In Nederland werden de evacués verzorgd door het Centraal Bureau voor de Verzorging der Oorlogsslachtoffers (CBVO). Van 1945 tot 1948 werden bijna 110.000 evacués naar Nederland overgebracht om te herstellen van hun internering in Japanse kampen. Ongeveer de helft van hen beschouwde hun verblijf inderdaad als recuperatieverlof en keerde na verloop van tijd terug naar de republiek Indonesië.

Begin jaren vijftig kwam als gevolg van de soevereiniteitsoverdracht een tweede stroom migranten uit Indonesië naar Nederland, zowel repatrianten als (Indische) Nederlanders en Nederlands gezinde Indonesiërs die veelal nog nooit in Nederland waren geweest. Het ging om een groep van rond 86.000 personen, merendeels burgerlijk en militair overheidspersoneel. Van hen ging ook een deel weer terug naar Azië. In latere jaren zagen nog eens circa 140.000 repatrianten zich gedwongen naar Nederland te komen, voor een groot deel burgers die in Indië geworteld waren.

Wat kunt u onder dit thema vinden?
U vindt hier alles wat met overledenen ten gevolge van de oorlog te maken heeft. U kunt daarbij denken aan bijvoorbeeld militairen, maar ook aan mensen die in de Japanse kampen zijn overleden.

Literatuurverwijzingen

M. Bossenbroek, De meelstreep: terugkeer en opvang na de Tweede wereldoorlog (Amsterdam 2001).
P. Keppy, Sporen van vernieling : oorlogsschade, roof en rechtsherstel in Indonesië, 1940-1957 (Amsterdam 2006).
J.F.M. Meijer, Indische rekening : Indië, Nederland en de backpay-kwestie 1945-2005 (Amsterdam 2005).