Navigatie en titel overslaan

Thema's

Nederlands-Indië

Nederlands Bestuur tijdens WOII

Ned-Indische Regering in Ballingschap 1942-1945

Op 8 maart 1942 capituleerde Nederlands-Indië. Tienduizenden Europeanen werden als krijgsgevangene of burger geïnterneerd in Japanse kampen. Onder de gevangenen bevond zich ook Gouverneur-Generaal A.W.L. Tjarda van Starkenborgh Stachouwer, die tijdens de Japanse aanval op Indië op zijn post was gebleven. Volgens hem en de Nederlandse regering in London was het voor de bevolking ontmoedigend geweest en slecht voor het moreel als de hoogste gezagsdrager de kolonie zou verlaten. Bovendien zou door zijn vertrek het herstel van de rijksbanden na verdrijving van de Japanners bemoeilijkt worden. Wel geëvacueerd werden onder andere delen van de strijdkrachten, enkele hogere ambtenaren, technici en economische specialisten uit het bedrijfsleven. In april werd Van Starkenborgh geïnterneerd in Bandoeng en later met ruim honderd andere Nederlandse prominente gevangenen (bestuursambtenaren, hogere militairen) overgebracht naar Formosa (Taiwan). In oktober 1943 werden de krijgsgevangenen geïnterneerd in Mantsjoerije, waar zij in augustus 1945 door de Amerikanen zouden worden bevrijd.

De militairen en bestuurders die Indië tijdig hadden kunnen verlaten, waren naar Ceylon en Australië uitgeweken. Onder hen bevond zich ook luitenant-gouverneur-generaal H.J. van Mook, die in opdracht van Van Starkenborgh de kolonie had verlaten om in Australië leiding te gaan geven aan een de Nederlands-Indische regering in ballingschap. Van Mook riep de Nederlands-Indische Commissie voor Australië en Nieuw-Zeeland in het leven die civiele taken had. Militaire bevoegdheden kreeg de commissie niet; de strijdkrachten stonden - aanvankelijk - onder leiding van marinecommandant C.E.L. Helfrich, de Bevelhebber Strijdkrachten Oosten, die vanuit Ceylon opereerde. Omdat hij zich ver van het nieuwe regeringscentrum bevond, werd in Australië een Onderbevelhebber Strijdkrachten Oosten aangesteld. In Australië werd ook een militaire inlichtingendienst opgericht, de Netherlands Forces Intelligence Service (NEFIS). De dienst hield zich onder meer bezig met het uitzenden van geheim agenten met onderzeeboten of vliegtuigen naar bezet gebied (de zogenoemde parties), die inlichtingen moesten verzamelen over de lokale politieke en militaire situatie. Indien mogelijk dienden deze agenten ook contact te leggen met de lokale bevolking en geheime organisaties op te richten.

Vanuit Australië werden door de Nederlands-Indische autoriteiten bovendien voorbereidingen getroffen voor het herstel van het Nederlands gezag nadat de Japanse bezetter was verdreven. In 1944 werd hiertoe in Camp Columbia, in Brisbane, een korps gemilitariseerde bestuursambtenaren geformeerd, de Netherlands-Indies Civil Administration (NICA). Het korps zou burgerlijke bestuurstaken gaan uitvoeren om de geallieerde bevelhebbers bij te staan die in de bevrijde delen van Nederlands-Indië het militair gezag uitoefenden. Nadat Japan in augustus 1945 gecapituleerd had, keerde begin oktober het Nederlands-Indisch bestuur uit Brisbane terug naar de kolonie, waar de nationalisten inmiddels de onafhankelijkheid hadden uitgeroepen. Van Mook nam de honneurs waar voor Van Starkenborgh, die voor herstel en overleg in Nederland verbleef. Een van de sociale problemen waarmee het teruggekeerde bestuur te maken kreeg was het evacueren van de burgers en militairen die door de Japanners geïnterneerd waren geweest. Het grote politieke probleem werd het bepalen van haar houding ten opzichte van de prille republiek Indonesië.

Literatuurverwijzingen

L. de Jong, Het koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. Dl. XI, (Den Haag 1984-1986).