Navigatie en titel overslaan

Thema's

Nederlands-Indië

Nederlands Bestuur tijdens WOII

Ned-Indische Regering 1940-1942

Vanwege de toenemende internationale spanningen in Europa werden in Nederlands-Indië in de jaren dertig voorbereidingen getroffen voor een oorlogstoestand. Ook al gold de Nederlandse neutraliteitspolitiek, toch kwam het in 1936 tot de oprichting van de Indische Staatsmobilisatieraad, waarin overleg plaatsvond over de voorbereiding op een eventuele Japanse aanval en een mogelijke Japanse bezetting. Omdat het koloniale beroepsleger, het KNIL, vooral een binnenlands politieleger was en niet was toegerust voor de strijd tegen een buitenlandse vijand, werd rekening gehouden met voortzetting van de oorlog tegen Japan in de vorm van een guerrillastrijd. Ter voorbereiding daarop werden op Java, Sumatra, Borneo, Celebes en Timor wapen- en voedseldepots ingericht. Ook werd besloten in geval van een Japanse bezetting olieraffinaderijen te vernietigen om de Japanse oorlogvoering te dwarsbomen.

Intussen nam gouverneur-generaal Tjarda van Starkenborgh een onverzoenlijke houding aan tegenover de Indonesische nationalisten. Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Europa, in september 1939, hadden zij zich onder leiding van Thamrin verenigd in de beweging Gaboengan Politik Indonesië (Gapi). Zij ijverde voor een nieuwe vorm van samenwerking tussen het Indonesische en het Nederlandse volk en bepleitte bovendien nieuwe rechten voor de Indonesiërs in het landsbestuur. In de Volksraad, het adviesorgaan van de gouverneur-generaal dat voor de helft uit Indonesiërs bestond, werd een motie ingediend waarin werd aangedrongen op zelfstandigheid van Nederlands-Indië binnen het staatsverband. Van Starkenborgh weigerde echter op deze eis in te gaan. Volgens hem kon pas na de oorlog aan politieke hervormingen gedacht worden wanneer het parlement in Nederland weer kon worden geraadpleegd. Wel stelde hij in september 1940 een commissie in die zich over staatsrechtelijke hervormingen zou gaan buigen.

Nadat Nederlands-Indië de oorlog aan Japan had verklaard, op 8 december 1941, groeide bij Tjarda van Starkenborgh de bereidheid met Gapi en de intussen opgerichte Raad voor het Indonesische volk samen te werken. De in januari 1942 gevoerde gesprekken met de nationalisten leidden echter niet tot een gezamenlijk besluit en stonden geheel in het teken van de oorlog tegen Japan. Eerder die maand waren Japanse troepen geland bij Menado op Celebes en op het olierijke eiland Tarakan bij Borneo. Volgens plan waren industriële installaties door het KNIL zoveel mogelijk onklaar gemaakt. Na de door de geallieerden verloren Slag in de Javazee konden Japanse troepen zonder veel tegenstand Java innemen. Op 8 maart capituleerde het koloniale leger en kort daarop werden Tjarda en de overige Nederlandse bestuurders geïnterneerd. Op Sumatra had generaal Overakker de guerrillastrijd nog enige tijd voortgezet, maar door de Japanse overmacht en het uitblijven van steun onder de Indonesische bevolking moest hij het onderspit delven.

Literatuurverwijzingen

L. de Jong, Het koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. Dl. XI, (Den Haag 1984-1986).