Navigatie en titel overslaan

Thema's

Nederlands-Indië

Nasleep

Rechtsherstel

Terwijl in Nederland het rechtsherstel zich kenmerkte door het ongedaan maken van de ontrechting (het ontnemen van rechten), was in Indonesië het rechtsherstel van een andere aard. Weliswaar waren ook tijdens de Japanse bezetting goederen onder dwang of in afwezigheid van de eigenaren ontvreemd, maar daaraan had geen stelselmatige ontrechting ten grondslag gelegen zoals de Duitse bezetter in Nederland ten aanzien van de joden in praktijk had gebracht. Evenmin was er tijdens de Indonesische revolutie sprake geweest van systematische diefstal. Daardoor nam in Indonesië het rechtsherstel niet zozeer het karakter aan van het tenietdoen van de ontrechting, maar trad hier veel meer het beheer, de bescherming en teruggave van goederen op de voorgrond.

Tijdens de Japanse bezetting en de Indonesische revolutie konden goederen zowel door onwettige als wettige handelingen in andere handen overgaan. Onwettig waren de plunderingen door individuele geallieerde, Japanse en Indonesische soldaten en de collectieve roofpartijen (rampok) door de Indonesische bevolking en door de formeel niet bij het Indonesische leger aangesloten strijdgroepen. Onder de legale handelingen vielen de vorderingen voor militaire noodzaak en beheer van vijandelijke eigendommen door onder meer Japanse legereenheden, die volgens het (door Japan ondertekende) Landoorlogreglement waren toegestaan. Dit reglement verbood en verbiedt expliciet plundering door soldaten van bezettende mogendheden, terwijl beheer van vijandelijk eigendommen - mits er goed voor gezorgd wordt – is toegestaan.

In de praktijk rekten de Japanse bezetter de wettelijke bepalingen op of lapten die aan zijn laars. Zo namen Japanse beheersinstituten en bedrijven goederen in beslag zonder compensatie, of dwongen zij vijandelijke onderdanen hun goederen te verkopen tegen lagere prijzen dan de marktprijzen en tegen waardeloos invasiegeld. De afhandeling van het Japanse teruggave van goederen werd in de overgangsperiode van de Japanse capitulatie en de machtsoverdracht aan de geallieerden bemoeilijkt door tegenwerking van Japanse bedrijven. Complicerende factoren waren verder de slechte voorbereiding van de geallieerden op de machtsovername en het uitbreken van de Indonesische revolutie.

In 1947 vaardigde de Nederlands-Indische regering een verordening uit die het mogelijk maakte de door de oorlog en tijdens de Indonesische revolutie verstoorde eigendomsverhoudingen te herstellen. Uitvoerend orgaan was de Raad voor het Rechtsherstel. Het bleek ondoenlijk alle door oorlog en revolutie gewijzigde eigendomsverhoudingen te herstellen. Daarom was het  uitgangspunt van de raad dat transacties die tijdens de bezetting hadden plaatsgevonden niet automatisch nietig werden verklaard. Om een aantal redenen vond in de praktijk dikwijls geen rechtsherstel plaats. Veel eigenaren meldden zich niet; zij waren overleden of hun naam en verblijfplaats waren onbekend. In slechts enkele gevallen kregen de oorspronkelijke eigenaren eigendommen terug die door Japanse militairen waren ontvreemd en in andere delen van Zuidoost-Azië en in Japan terecht waren gekomen. Oorzaken hiervan waren onder meer de gebrekkige informatie van de Nederlands-Indische overheid over de mogelijkheden tot restitutie en de tegenwerking van Japanse bedrijven en overheidsinstellingen.    

Literatuurverwijzingen

P. Keppy, Sporen van vernieling : oorlogsschade, roof en rechtsherstel in Indonesië, 1940-1957 (Amsterdam 2006).

J.F.M. Meijer, Indische rekening : Indië, Nederland en de backpay-kwestie 1945-2005 (Amsterdam 2005).