Navigatie en titel overslaan

Thema's

Nederlands-Indië

Nasleep

Japanse POW

Na de capitulatie van Japan, op 15 augustus 1945, kwam het geallieerd gezag over Nederlands-Indië tot november 1946 in handen van het Britse South-East Asia Command (SEAC) van Lord Mountbatten. Van het geallieerde opperbevel had hij onder meer de opdracht gekregen strategisch belangrijke gebieden in Zuidoost-Azië te bezetten om doeltreffende controle te verzekeren, de overgave van Japanse troepen te bewerkstelligen en zo snel mogelijk de Britse en geallieerde krijgsgevangenen en burgergeïnterneerden te bevrijden. Ten tijde van de capitulatie bevonden zich ongeveer 300.000 Japanners in Nederlands-Indië en hun repatriëring behoorde eveneens tot de verantwoordelijkheden van de Britten.

In afwachting van de repatriëring waren de Japanners overgegaan tot zelfinternering of tot internering in door de geallieerden aangewezen plaatsen. De omstandigheden verschilden van eiland tot eiland, maar de kampen hadden met elkaar gemeen dat de kampbewoners in hun eigen behoeften voorzagen door onder meer visvangst en tuinbouw. Af en toe werden de kampen bezocht door geallieerden om enig toezicht uit te oefenen of om oorlogsmisdadigers op te sporen. Op sommige plaatsen schakelden de geallieerden krijgsgevangen Japanners in voor koeliewerkzaamheden bij de aanleg en het onderhoud van wegen en havens. In de eerste maanden van 1946 werden enkele Japanse kampen in Nederlands-Indië geïnspecteerd door het Internationale Rode Kruis.

De repatriëring van de geïnterneerde Japanners liet ongeveer een jaar op zich wachten. SEAC droeg niet alleen de verantwoordelijkheid voor de repatriëring van de Japanners in Nederlands-Indië, maar ook voor het afvoeren van honderdduizenden Japanse krijgsgevangenen in Birma, Malakka en Frans Indo-China. Bovendien gaven de Britten bij de beperkte hoeveelheid scheepsruimte geen voorrang aan de repatriëring van de Japanners, maar aan het transport van Britse militairen en bevrijde geallieerde krijgsgevangenen en burgergeïnterneerden. Begin 1946 besloot de Amerikaanse generaal MacArthur in Tokio schepen ter beschikking te stellen voor de terugkeer van de Japanners naar hun land van herkomst. Er werd een grootscheepse repatriëringsoperatie in gang gezet, Operation Nippoff, later gevolgd door Operation Puff. Krijgsgevangenen die verdacht werden van oorlogsmisdaden moesten in de kampen achterblijven. Maar ook zo’n 13.000 Japanners, als koelies ingezet in de havens van Soerabaja en Hollandia, mochten voorlopig niet naar hun land van herkomst. In mei 1947 vertrokken de laatste Japanse koelies uit Nederlands-Indië.

Literatuurverwijzingen

B. More and K. Fedorowich (eds.), Prisoners of war and their captors in World War II (Oxford/Washington 1996).

L. van Poelgeest, Japanse besognes: Nederland en Japan (Wassenaar 1999).