Navigatie en titel overslaan

Thema's

Nederlands-Indië

Media en Communicatie

In verband met de Duitse inval in Nederland werd op 10 mei 1940 in Nederlands-Indië de staat van beleg afgekondigd. Dit betekende onder meer een volledige censuur op de berichtgeving in de kranten. Al in augustus 1939 had het Nederlands-Indisch gouvernement een verbod ingesteld op publicatie van troepenverplaatsingen. De censuurmaatregelen hadden onder andere de bedoeling anti-Japanse kritiek in de kiem te smoren om de verhouding met Japan niet te belasten en het land geen voorwendsel te verschaffen voor militaire interventie. Maar zelfs in de Chinese pers viel geen verscherpte anti-Japanse toon te horen. Over het algemeen probeerde de pers de problemen van de koloniale regering niet te vergroten.

Na de Japanse verovering van Nederlands-Indië in maart 1942 kwam een einde aan het vooroorlogse persbestel in de kolonie. Nederlandse, Chinese en anti-Japanse Indonesische kranten werden verboden en de bezetter richtte nieuwe Indonesische en Japanse bladen op. Het Japanse militaire bestuur stelde preventieve censuur in en introduceerde een vergunningenstelsel. Van alle Nederlands-Indische dagbladen op Java mocht alleen het Soerabaiaans Handelsblad tot mei een Nederlands gedeelte blijven uitgeven. Indonesische kranten werden ingelijfd in de centraal geleide bureaucratie. Vóór de oorlog hadden de nieuwsmedia zich terughoudend moeten opstellen, onder het Japanse militaire bewind werden zij volledig gelijkgeschakeld. De pers werd ingezet voor het enthousiast maken van de Indonesische en Chinese bevolkingsgroepen voor het Japanse beleid en opgewekt een bijdrage te leveren aan de oorlogsinspanning. Aan elk dagblad werd een Japanse instructeur toegevoegd die de kopij controleerde en bepaalde wat wel of niet gepubliceerd mocht worden. Na verloop van tijd stond, op wat plaatselijk nieuws na, in elk dagblad hetzelfde nieuws, afkomstig van het Japanse persbureau Domei.

Ook de radio werd onder strikte controle geplaatst. Het luisteren naar geallieerde radio-uitzendingen uit Londen en Australië werd verboden. Op Java werd het bedrijf van de Nederlands-Indische Radio-Omroep Maatschappij (Nirom), door de Japanse omroepmaatschappij (Nippon Hoso Kiokoe) overgenomen. De uitzendingen in het Nederlands verdwenen eind 1942. Naast de uitzendingen in de Indonesische talen kwamen er uitzendingen in het Japans, vooral programma’s die in Japan waren uitgezonden. Per radio werden lessen in de Japanse taal gegeven en lessen in het zingen van Japanse liederen. In alle steden en grotere plaatsen op Java en in de Buitengewesten verrezen luidsprekerhuisjes met daarop de Japanse vlag. In 1944 waren er op Java duizenden van dergelijke ‘zingende huisjes’. Hierdoor konden niet alleen de bezitters van een radio, maar ook vele anderen de radioprogramma’s volgen.

Binnen de groep van (Indische) Nederlanders zijn op Java tijdens de Japanse bezetting geen illegale opiniebladen verschenen. Wel ontstonden er enkele illegale nieuwspamfletten, getypte of gestencilde overzichten van het nieuws uit geallieerde radioprogramma’s. Zo verscheen in Bandoeng Rood-Wit-Blauw, samengesteld door een ontsnapte krijgsgevangene. Verder verspreidde de KPI, de Indonesische communistische partij, het illegale blad Menara Merah, waarin anti-Japanse propaganda bedreven werd.

Wat kunt u onder dit thema vinden?
Allerhande media is onder dit thema geplaatst. Dit geldt dus zowel voor geschreven media, al dan niet Japans, maar ook voor de radio of voor propaganda.

Literatuurverwijzingen

Oey Hong Lee, Indonesian government and press during Guided Democracy (Amsterdam 1971).

M. Maters, Van zachte wenk tot harde hand: persvrijheid en persbreidel in Nederlands-Indië, 1906-1942 (Hilversum 1998).

H. Vles, Hallo Bandoeng: Nederlandse radiopioniers, 1900-1945 (Zutphen 2008).