Navigatie en titel overslaan

Thema's

Nederlands-Indië

Krijgsverrichtingen

1940-1942

Direct na de Japanse aanval op de Amerikaanse marinebasis Pearl Harbor, op 7 december 1941, verklaarde gouverneur-generaal Tjarda van Starkenborgh Stachouwer namens de Nederlandse regering Japan de oorlog. Het aantal soldaten werd subiet uitgebreid door een mobilisatie, waardoor het koloniale leger, het KNIL, werd uitgebreid van 70.000 naar 122.000 man. Hierbij inbegrepen waren tal van stads- en landwachten, landstormeenheden en oud-militairen. Meer dan de helft van het leger bestond uit Indonesiërs, vooral Javanen gevolgd door onder meer Molukkers en Madoerezen. Zij waren beroepssoldaten en stonden onder aanvoering van Nederlanders en Indo-Europeanen. Al voor de mobilisatie waren in de kolonie met het oog op de Japanse dreiging de inspanningen voor de defensie verhoogd en was begonnen met het bouwen van schuilkelders, het aanleggen van loopgraven en waren in Verenigde Staten orders geplaatst voor oorlogsmaterieel. Europese ingezetenen werden onderworpen aan een ‘burgerdienstplicht’ en ook vrouwen werd gevraagd een bijdrage te leveren aan de mobilisatie, onder meer door toe te treden tot het Vrouwen Automobiel Corps, dat vrouwelijk chauffeurs leverde voor de vrachtauto’s van marine en leger.

Nadat Japan in korte tijd de Amerikaanse vloot in de Stille Oceaan had uitgeschakeld, slaagde het er in hoog tempo in zowel ter zee als in de lucht in Zuidoost-Azië militair overwicht te verkrijgen. Op 11 januari 1942 viel Japan ook Nederlands-Indië aan en veroverde Menado op Celebes en het olierijke eiland Tarakan aan de oostkust van Borneo. Nederlandse militairen waren er wel in geslaagd aardolie installaties te vernietigen. De defensie van de kolonie maakte deel uit van de verdediging door een geallieerde strijdmacht, die als doel had de Britse en Nederlandse koloniën in Zuidoost-Azië te beschermen tegen de Japanse agressie. De leiding van deze strijdkrachten was in handen van het American-British-Dutch-Australian Command (het ABDA Command), dat in Lembang op Java gevestigd was. Voor de strijd ter zee was een Combined Striking Force in het leven groepen onder bevel van de Nederlandse schout-bij-nacht K.W.F.M. Doorman.

De Japanse opmars was niet te stuiten en na de inname van de Indische buitengewesten en de val van Singapore in februari 1942 werd ook Java bedreigd. Nadat de aardolie-installaties te Palembang ongeschonden in Japanse handen waren gevallen, werd het geallieerde Commando opgeheven. Ook al was Java nu niet meer te verdedigen, toch oordeelde premier Gerbrandy dat Nederland moest doorvechten; het ‘abandonneren’ van Java zou op de inheemse bevolking een slechte indruk maken en later herstel van de rijksbanden ‘ten ernstigste’ bemoeilijken. De door de opheffing van ABDA verbitterde commandant van de Nederlandse marine, vice-admiraal Helfrich, wilde de strijd eveneens voortzetten en stuurde de overgebleven schepen van de Combined Striking Force onder leiding van Doorman de Javazee op in een vergeefse poging de Japanse invasievloot te onderscheppen. Op vrijdag 27 februari 1942 volgde de Slag in de Javazee, waarin onder meer de Nederlandse kruisers Java en De Ruyter naar de kelder gingen. Hoewel de Japanse en de geallieerde vloot bijna even sterk waren, hadden de Japanners de beschikking over langeafstandstorpedo’s. Bovendien liet de geallieerde luchtdekking te wensen over. Aan geallieerde kant vielen ongeveer duizend slachtoffers, onder wie circa negenhonderd Nederlanders.

Na de Slag in de Javazee konden de Japanners Java gemakkelijk innemen. Het koloniale leger was geen partij voor de Japanse troepen en van de inheemse bevolking, die de Japanners als bevrijders beschouwden, ontvingen de Nederlanders vrijwel geen steun. Op zondag 8 maart 1942, een week na de Japanse landing op Java, volgde de onvoorwaardelijke capitulatie van het koloniale leger. Imamoera Hitosji, de bevelhebber van het Japanse zestiende leger, had tevoren gedreigd de stad Bandoeng te zullen bombarderen. Op Sumatra bleef generaal Overakker met zijn troepen doorvechten en ook op Java, Timor en Nieuw-Guinea werd de guerrilla voortgezet, maar eind maart waren de belangrijkste eilanden door Japan bezet.

Literatuurverwijzingen

Werner Gruhl, Imperial Japan's World War Two, 1931-1945 (New Brunswick  2007).

L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog Dl. XI (Den Haag 1984-1986).

E. Mawdsley, World War II : a new history (Cambridge 2009).

Tom Womack, The Dutch Naval Air Force against Japan : the defense of the Netherlands East Indies, 1941-1942 (Jefferson 2006).