Navigatie en titel overslaan

Thema's

Nederlands-Indië

Kampen en Gevangenissen

Doel van de Japanse bezettingspolitiek was niet alleen Nederlands-Indië in dienst te stellen van de Japanse oorlogseconomie, maar ook het uitwissen van de Westerse invloed en aanwezigheid in het gebied. Op Java werd hiertoe in maart en april allereerst de Nederlandse bestuurlijke elite geïnterneerd: de ambtenaren van het Binnenlands Bestuur, hoge politiefunctionarissen, onderwijzers, artsen, rechters en advocaten. In mei ging de Japanse bezetter op het eiland over tot het arresteren van alle Nederlandse mannen van zeventien tot zestig jaar. Zij werden ondergebracht in verschillende ´beschermde wijken´, zoals de Kramat- en Tjidengwijk in Batavia, inmiddels omgedoopt tot Djakarta. Nederlanders uit Midden-Java kwamen in Ambaware meteen in een echt kamp terecht, bestaande uit een afgekeurde kazerne en een bouwvallig hospitaal. Ook de zogenoemde beschermde wijken groeiden uit tot burgerinterneringskampen. In totaal werden er vanaf midden 1942 tot het begin van 1943 op Java circa 83.000 mannen, vrouwen en kinderen vastgezet.

De ruim 200.000 Indo-Europeanen die op Java woonden werden over het algemeen niet geïnterneerd. Omdat zij deels van Indonesische afkomst waren, zag de bezetter hen als mede-Aziaten die overgehaald moesten worden zich voor de Japanse zaak in te zetten. In de buitengewesten was de situatie echter anders dan op Java. Meestal interneerden de Japanners hier zowel de Europeanen als de Indo-Europeanen. Op Deli werden de mannen opgesloten in de Unie-kampong te Belawan, terwijl de vrouwen en kinderen onder andere terecht kwamen in arbeidersverblijven van de Deli-Spoorweg. Voor sommige gevangen Nederlanders, die in de koloniale samenleving tot de sociale elite behoorden, kon het leven in de barakken een traumatische ervaring zijn.

In de gehele Indonesische archipel hebben tijdens de Japanse bezetting honderden interneringsoorden bestaan, uiteenlopend van stadwijken, pakhuizen, forten en gevangenissen tot kloosters en kerken. De leefomstandigheden varieerden en waren onder meer afhankelijk van het optreden van de Japanse kampcommandant. Mannen en vrouwen werden van elkaar gescheiden en in aparte kampen ondergebracht. Ook bestonden er aparte jongenskampen. Vanaf april 1944 begonnen in de meeste kampen de leefomstandigheden aanmerkelijk te verslechteren. Dat kwam doordat de kampen onder direct militair bestuur werden gebracht, waardoor de bewaking werd overgenomen door Japanse soldaten en Indonesische para-militaire organisaties. De geïnterneerden kregen minder privileges en zij moesten vaker op appél verschijnen. Aan de smokkel met de buitenwereld werd een eind gemaakt en het was voor de gevangenen voortaan verboden zelf voedsel te kopen.

Ongeveer zestien procent van de Nederlandse burgers die op Java geïnterneerd waren, overleefden de oorlog niet. De meesten overleden in het laatste oorlogsjaar, toen de voedselvoorziening aanmerkelijk verslechterde en steeds meer geïnterneerden in steeds minder kampen geconcentreerd werden. Velen begonnen te lijden aan ondervoeding en allerlei ernstige ziekten. De hongerdood lag voortdurend op de loer. Maar dat gold ook voor veel Indo’s die buiten de kampen leefden. Alleen het Japanse leger, de Javaanse elite en de Chinese zwarthandelaren beschikten de laatste oorlogsmaanden over voldoende voedsel.

Wat kunt u onder dit thema vinden?
Het thema Kampen en Gevangenissen biedt met name plaats aan archieven met betrekking tot de (burger)interneringskampen waar de Japanners Nederlandse onderdanen in onderbrachten. Zie het thema internering voor de internering van Duitsers en NSB-ers in de eerste oorlogsjaren, toen Nederlands-Indië nog onder Nederlands bestuur viel.

Literatuurverwijzingen

M. van Delden, De republikeinse kampen in Nederlands-Indië oktober 1945 - mei 1947: orde in de chaos? (Wageningen 2007). 

J. van Dulm et al., Geïllustreerde atlas van de Japanse kampen in Nederlands-Indië, 1942-1945 (Purmerend 2000-2002).

B. MacArthur, Surviving the sword: prisoners of the Japanese in the Far East, 1942-45 (New York 2005).

D. van Velden, De Japanse interneringskampen voor burgers gedurende de Tweede Wereldoorlog (Franeker 1985).

H.L. Zwitzer, Mannen van 10 jaar en ouder: de jongenskampen van Bangkong en Kedoengdjati (Franeker 1995).