Navigatie en titel overslaan

Thema's

Nederlands-Indië

Japanse overheid en instellingen

Na de Nederlandse capitulatie in maart 1942 stelde de Japanse bezetter in Nederlands-Indië een militair bestuur in. De archipel werd bestuurlijk verdeeld onder verschillende, relatief zelfstandige krijgsmachtonderdelen, waardoor er geen sprake was van een uniform militair regime. Zo kreeg het zestiende leger de zeggenschap over Java en het vijfentwintigste leger over Sumatra en Malakka, terwijl de Japanse marine Borneo en het oostelijk gedeelte van de archipel bestuurde. Uitgangspunt van de Japanse bezetting was dat de Indonesische economie en bevolking moesten worden ingeschakeld bij de Japanse oorlogsinspanningen. Bovendien moest een eind worden gemaakt aan de westerse invloed in het gebied. De Nederlanders werden geïnterneerd en ook veel Indo-Europeanen werden opgepakt en in krijgsgevangenkampen of interneringsoorden opgesloten. Doordat het militaire bestuur versnipperd was, werd er geen consequent interneringsbeleid gevoerd. Gevolg was onder andere dat de Indo’s op Java hun vrijheid niet verloren, terwijl zij in de buitengewesten meestal wel werden geïnterneerd.

Voor het onafhankelijkheidsstreven van de Indonesiërs had het Japanse bezettingsbestuur geen belangstelling. De belangrijkste bestuurder, luitenant-generaal Kumakisji Harada van het zestiende leger, streefde vooral naar het versterken van de Japanse greep op het bestuur. Nationalistische comités die in maart 1942 op Java de bestuursposten van de traditionele elite wilde innemen, werden aan de kant gezet. De Japanners namen de bestuurlijke posities van de Nederlanders over: er kwamen Japanse residenten en de vier belangrijkste steden op het eiland kregen Japanse burgemeesters. Slechts de lagere functies werden overgedragen aan de Indonesiërs. In de buitengewesten werden de traditionele inheemse heersers als radja’s, sultans en penghulu’s gehandhaafd. In plaats van aan een Nederlandse bestuursambtenaar waren zij voortaan verantwoording verschuldigd aan een Japanse officier.

Nadat de Japanners tevergeefs hadden geprobeerd de inheemse bevolking voor zich het winnen, werden de nationalistische leiders opgetrommeld om de bevolking te mobiliseren voor de Japanse zaak. Met behulp van onder meer Soekarno, Hatta en Dewantara werd de Poetera-beweging opgericht, maar ook deze organisatie sloeg niet aan. Door de toenemende economische chaos, de verplichte voedselleveranties, de gedwongen rekrutering van romusha’s en de terreur van de Kempetai was de animo niet groot. De leiders mochten bovendien slechts propaganda maken voor Japan en geen eigen, Indonesische culturele organisaties oprichten. Nu probeerden de Japanners het met de organisatie Djawa Hokokai (Javaanse Trouw), waarin Japanners aan de touwtjes trokken en nationalistische leiders slechts een adviserende rol vervulden. Bij deze organisatie sloten zich ook islamitische organisaties aan. Omdat hun leiders niet in de eerste plaats naar onafhankelijkheid streefden, stelden de Japanners in hen meer vertrouwen dan in de nationalistische kopstukken.

Om de bevolking voor zich te winnen riepen de Japanners meer organisaties in het leven. Zo rekruteerden zij vele voormalige inheemse KNIL-soldaten als heiho (ongewapende hulpsoldaat), die ook als kampbewakers werden ingezet. In 1943 werden ook hulpsoldaten geworven onder jonge Indonesiërs. Andere para-militaire organisaties waren de Keibodan, een soort hulppolitie die zich bezighield met luchtbewaking en branden blussen, en de Seinendan, die meer het karakter had van een militante en gepolitiseerde jeugdbeweging. Vanaf begin 1943 werd bovendien een uit Indonesiërs bestaand vrijwilligersleger op de been gebracht, de zogenoemde Peta. Maar ook met dit hulpleger kon Japan de zegetocht van de geallieerde legers in Zuidoost-Azië niet tot staan brengen. Met het oog op afnemende kansen op een militaire overwinning en in een poging de bevolking aan Japan te binden, besloot het Japanse bezettingsbestuur de Indonesiërs een zekere vorm van onafhankelijkheid in het vooruitzicht te stelen. Ook werden steeds meer Indonesiërs op belangrijke posten benoemd. Zo kreeg Java in november 1944 inlandse assistent-residenten naast de Japanse resident.

Wat kunt u onder dit thema vinden?
U vindt hier alles wat Japans is. Dat kan dus zowel gaan om Japanse civiele overheid als om het Japanse leger. Ook andere Japanse instellingen kunt u hier terug vinden.

Literatuurverwijzingen

P. Duus et al., The Japanese wartime empire, 1931-1945 (Princeton 1996).

Werner Gruhl, Imperial Japan's World War Two, 1931-1945 (New Brunswick  2007).

L. de Jong, Het koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. Dl. XI, (Den Haag 1984-1986).