Navigatie en titel overslaan

Thema's

Nederlands-Indië

Economisch leven

Begin 1942 waren de Japanners door de Indonesische bevolking ingehaald als bevrijders die hen zouden verlossen van het Nederlandse koloniale juk. Japan bleek echter geen bevrijder, maar was gekomen om het land in te schakelen bij zijn oorlogsinspanningen. De Aziatische bezetter stelde geen uniform bestuur in, maar belaste verschillende krijgsmachtonderdelen met het beheer over verschillende gebiedsdelen. Dit had onder meer tot gevolg dat de economische samenhang tussen de diverse delen van de archipel ging verdwijnen. Hierdoor kwam er bijvoorbeeld een einde aan onder andere de suiker- en zoutexport van Java naar de buitengewesten. Omgekeerd werden er geen steenkolen meer van Sumatra en Borneo naar Java verscheept.

Ook de export naar Japan werd problematisch. Niet alleen omdat de vraag uit dit land naar Indonesische producten afnam, maar ook door de voortdurende geallieerde aanvallen op de Japanse konvooien. Het gevolg was dat de inheemse boeren die zich met de rubber- en kopraproductie bezighielden en de grote landbouwondernemingen het zwaar te verduren kregen. De rubberproductie zou uiteindelijk dalen tot slechts twintig procent van het vooroorlogs niveau. Bovendien werd in Tokyo besloten dat de Javaanse suikercultuur moest worden teruggeschaald, omdat Japan zelf al genoeg suiker produceerde. De suikerproductie nam hierdoor af van 1,3 miljoen ton in 1942 tot slechts 84.000 ton in 1945. Veel Javaanse landarbeiders raakten door deze en andere maatregelen hun inkomen kwijt.

In oktober begonnen de Japanners op Java met het rekruteren van romusha’s, ‘economische soldaten’. Inheemse bestuursambtenaren kregen premies om zoveel mogelijk van deze arbeidskrachten te leveren. Soms dwongen zij argeloze, werkloos geworden boeren of zwervers zich aan te melden. De romusha’s werden onder vaak abominabele omstandigheden in geheel Zuidoost-Azië tewerkgesteld. In Sumatra moesten zij onder andere werken aan de Pakanbaroe-spoorweg. Aangenomen wordt dat ongeveer 200.000 Javaanse romusha’s overzee werden gestuurd en dat van hen slechts 135.000 levend terugkeerden. De meeste romusha’s bleven echter op Java om te werken aan de aanleg van vliegvelden, wegen en spoorlijnen en in de kolenmijnen.

De Japanse bezetting betekende voor menig Indonesiër dwangarbeid. Ook de Japanse rijstpolitiek op Java had ingrijpende gevolgen voor de bevolking. Om problemen met de voedselvoorziening op het eiland te voorkomen en de eigen soldaten te voeden, werd in 1943 bepaald dat er rijst - volksvoedsel nummer één - aan het Japanse bestuur geleverd werd moest worden. De bedoeling was dat een deel van de geconfisqueerde rijst weer aan de bevolking verkocht zou worden, maar dit systeem had desastreuze gevolgen. Ambtenaren en bestuurders gingen er toe over de rijstexport te verbieden, waardoor de uitgebreide rijsthandel op het Java van voor de oorlog ontregeld werd. In gebieden die afhankelijk waren van de Javaanse rijst traden hierdoor tekorten op. In gebieden waar voldoende rijst was, begaven sommige bestuurders en handelaren zich op de bloeiende zwarte markt. Slachtoffers van het Japanse rijstbeleid werden de grote groepen werkloze landarbeiders en hun families, die te weinig geld hadden om de steeds duurder wordende rijst te kunnen kopen. Veel Javanen stierven door honger en ondervoeding. Om te kunnen overleven, meldden anderen zich aan als romusha. Velen zagen zich ook gedwongen hun schamele bezittingen te verkopen aan rijke Javaanse boeren, Chinese handelaren en inheemse bestuurders en ambtenaren.

Wat kunt u onder dit thema vinden?
Allerhande archieven met betrekking tot het bedrijfsleven zijn onder dit thema geplaatst. Verder kunt u hier archieven vinden met betrekking tot economische onderwerpen als oorlogsschade en vervoer.

Literatuurverwijzingen

H.W. van den Doel, Het Rijk van Insulinde: opkomst en ondergang van een Nederlandse kolonie (Amsterdam 1996).

P. Duus et al., The Japanese wartime empire, 1931-1945 (Princeton, NJ 1996).

P. Post and E. Touwen-Bouwsma (eds), Japan, Indonesia and the war: myths and realities (Leiden 1997).