Navigatie en titel overslaan

Thema's

Nederlands-Indië

Dwangarbeiders

Onder de Japanse bezetting van Nederlands-Indië werden veel krijgsgevangen Nederlanders en Indo-Europeanen als dwangarbeiders ingezet. Zo werden vanaf oktober 1942 ongeveer 18.000 Nederlanders naar Birma en Thailand overgebracht om er te helpen bij de bouw van de zogeheten Birma-spoorweg. Alleen al het transport per schip was voor de krijgsgevangenen een beproeving. Niet alleen werden zij met te veel man in te kleine ruimten samengepakt, ook werden de Japanse schepen voortdurend door de geallieerden aangevallen. Honderden Nederlanders overleefden de overtocht niet, hetzij door uitputting hetzij doordat hun schepen ten onder gingen.

Degenen die levend in Thailand en Birma aankwamen, moesten werken aan de spoorweg die tussen beide landen over de Drie Pagoden-pas werd aangelegd. Hier waren ook Britse, Amerikaanse en Australische krijgsgevangenen te werk gesteld, evenals uit geheel Zuidoost-Azië afkomstige romusha’s. In oktober 1943 was de Japanse bezetter begonnen op het Javaanse platteland deze ‘economische soldaten’ te rekruteren. Inheemse bestuurders kregen premies om zoveel mogelijk van deze arbeiders - vaak argeloze boeren en zwervers - te leveren. De Japanners verzorgden de krijgsgevangenen en de romusha’s slecht. Ook al had Japan de Geneefse Conventie inzake de humane behandeling van krijgsgevangenen ondertekend, aan de hieruit voortvloeiende bepalingen hield het land zich niet. Huisvesting was er amper en de gevangenen kregen onvoldoende te eten, ook al werden zij gedwongen de hele dag onder uitzonderlijke zware omstandigheden te werken. Van de 18.000 Nederlandse krijgsgevangenen die aan de Birma-spoorweg moesten werken, hebben 3100 het niet overleefd. Ook onder de romusha’s lag het sterftecijfer hoog: ongeveer 33.000 overleden aan de gevolgen van ondervoeding, uitputting en ziekte.

De omstandigheden waaronder de Nederlandse krijgsgevangenen moesten werken aan de Pakanbaroe-spoorweg op Midden-Sumatra waren niet veel anders. Aanvankelijk werden hier alleen romusha’s aan het werk gezet, later in 1944 ook Nederlanders, Indische Nederlanders, Britten en Australiërs. Er moesten lange dagen gemaakt worden, de huisvesting was bar, maar er werd door de bewakers minder geranseld dan in Birma. Het voedsel was onvoldoende, doordat de Japanse militairen en Koreaanse bewakers rijst en vlees achterhielden voor eigen gebruik of voor betaling in natura aan prostituees. Door het harde werk, het weinige voedsel en de slechte behuizing werden velen ziek. Een derde van alle dwangarbeiders leed blijvend aan malaria. Ongeveer 700 van de rond 5000 Nederlandse dwangarbeiders lieten het leven. Op 15 augustus 1945, de dag van de Japanse capitulatie, was de spoorweg voltooid.

Wat kunt u onder dit thema vinden?
U vindt hier van alles met betrekking tot het gedwongen werken voor de Japanners. Denkt u daarbij bijvoorbeeld ook aan persoonlijke herinneringen.

Literatuurverwijzingen

B. MacArthur, Surviving the sword: prisoners of the Japanese in the Far East, 1942-45 (New York 2005).

P. H. Kratoska, Asian labor in the wartime Japanese empire : unknown histories (Armonk, NY 2005).