Navigatie en titel overslaan

Thema's

Nederlands-Indië

Collaboratie

Ook in het door Japan bezette Nederlands-Indië is er op uiteenlopende manieren en uit verschillende motieven met de nieuwe machthebbers samengewerkt. Parallellen met het verschijnsel collaboratie zoals zich dat in bezet Europa voordeed, zijn echter moeilijk te trekken omdat Indië een kolonie was en geen soevereine staat. Hierdoor is het verklaarbaar dat het koloniale leger in 1942 nauwelijks enige steun had ondervonden in zijn strijd tegen het Japanse invasieleger. Op veel plaatsen waren de Japanners als bevrijders ingehaald, in veel dorpen en steden wapperden Japanse vlaggen en werd er op straat gedanst. Al spoedig bleek echter dat Japan geen bevrijder was, maar Indonesië had bezet om het land op te nemen in de oorlogseconomie en die bracht ook voor grote delen van de inheemse bevolking uitbuiting, armoede en honger met zich mee.

 

Niet alleen hadden de Japanners weinig oog voor het lot van de Indonesiërs, ook kwamen zij nauwelijks tegemoet aan de wensen van de nationalistische beweging. Op Java werden alle politieke activiteiten verboden en in plaats van Javanen op hoge bestuursposten te installeren, werden Japanse residenten benoemd. Om de bevolking toch voor de Japanse zaak te winnen schakelden de Japanners de nationalist Soekarno in, die op zijn beurt in de  Japanse bezetting een kans zag voor de Indonesische onafhankelijkheid. In de hoop door de Japanners beloond te worden voor zijn steun besloot hij vergaand met de bezetter samen te werken. Zo maakte hij propaganda voor het werven van Romusha’s, Indonesische ‘arbeidssoldaten’, die door de Japanners werden uitgebuit en vaak onder erbarmelijke omstandigheden moesten werken. Ook de nationalist Hatta ging met de Japanners in zee; zijn motief was het lot van de Indonesische bevolking onder de bezetting te verlichten. Sjahrir, de derde prominente nationalist, verkoos de illegaliteit en vergaarde de zijn verzetsgroep inlichtingen en verzamelde wapens als voorbereiding op de tijd na de Japanse bezetting.         

 

Ook de Indo-Europeanen werden opgeroepen zich voor de Japanse zaak in te zetten. In juli en augustus 1942 werden ongeveer duizend zogenaamd werkloze Indo’s met veertienhonderd totoks uit Midden- en Oost-Java naar het werkkamp Kesilir in het Zuid-Oostelijk deel van het eiland getransporteerd. In Kesilir, dat bedoeld was als landbouwexperiment, richtte de Indo-Europeaan P.H. van den Eeckhout de organisatie PAGI op, die de Aziatische bloedverwantschap benadrukte en streefde naar assimilatie van de Indo-Europeanen in de Indonesische bevolking. De pro-Japanse organisatie werkte samen met (vooral) Indo-Europese NSB’ers die niet naar Suriname waren getransporteerd. Ook al was de PAGI klein, haar invloed was groot doordat zij in het kamp leidende posities bezette. Nadat het landbouwexperiment was mislukt, werden de meeste Indo-Europeanen geïnterneerd in een gevangenis bij Jakarta, waar de PAGI-leden onder hen een semi-militaire opleiding kregen. Hier zette PAGI haar propaganda-activiteiten onverdroten voort en slaagde erin een kleine duizend Indo’s een loyaliteitsverklaring te laten ondertekenen. 

 

Nadat eind september 1942 de Europeanen bij de overheid grotendeel waren vervangen door Japanners waren de meeste overgebleven ambtenaren van Indische afkomst. Zij werkten in administratieve of technische functies bij de spoorwegen, de PTT of op plantages. Als teken dat zij gevrijwaard waren van internering droegen zij een witte armband met een rode zon erop. Deze ‘nipponwerkers’ verkeerden vaak in een netelige positie: enerzijds konden zij door schuldgevoelens worden bekropen, omdat zij voor de vijand werkten en door de rest van de Nederlandse gemeenschap als collaborateurs werden beschouwd. Anderzijds was er de voortdurende dreiging van internering (indien hun arbeidsprestaties in Japanse ogen ondermaats waren) of van arrestatie en marteling (als de uiterst achterdochtige Japanners meenden dat er van ‘sabotage’ sprake was).  Uiteindelijk werden ook de meeste nipponwerkers  geïnterneerd.

 

Wat kunt u onder dit thema vinden?
Vanwege de gecompliceerde definitie van het begrip collaboratie is deze term niet werkbaar voor het categoriseren van archieven. Aan de hand van beschrijvingen van de inhoud van archieven of inventarisnummers is niet af te leiden in hoeverre er sprake was van gedwongen of vrijwillige samenwerking met de Japanners of wat de uitkomst was van onderzoek naar gedragingen tijdens de oorlog. Wij verwijzen u daarom graag naar andere manieren om in onze database archieven met betrekking tot dit thema te vinden. De belangrijkste bron van informatie met betrekking tot collaboreren zijn de archieven met betrekking tot de naoorlogse rechtspleging. Zie hiervoor het thema Nasleep – Tribunalen en krijgsraden.

 

Literatuurverwijzingen

C.J. Lammers, Collaboratie en verzet in Duitse en Japanse interneringskampen (Leiden 1996).

C.J. Lammers, Vreemde overheersing: bezetten en bezetting in sociologisch perspectief  (Amsterdam 2005).