Navigatie en titel overslaan

Thema's

Nederland

Steun en Opvang

Uitzending Kinderen

Tijdens de crisisjaren had in Nederland een groot aantal ondervoede Oostenrijkse kinderen verbleven om hier aan te sterken. Rijkscommissaris Seyss-Inquart, zelf een Oostenrijker, toonde hiervoor zijn dank door op zijn beurt zogenaamde kinderuitzendingen te organiseren naar Salzkammergut in de Ostmark. Het sociale gebaar diende vooral een propagandistisch doel en beoogde bij te dragen tot een sympathiek beeld van de Duitse bezetter. Op 22 juni 1940 maakte de rijkscommissaris in het geteisterde Rotterdam bekend dat 6000 kinderen, in de leeftijd tussen 8 en 14 jaar, een vakantiereis naar Oostenrijk kregen aangeboden. Vooral kinderen uit pro-Duitse en NSB-gezinnen maakten van het aanbod gebruik. Een jaar later werd het initiatief herhaald, maar toen was het animo aanmerkelijk minder; slechts 525 kinderen waren door hun ouders aangemeld.

Evenals andere initiatieven op het gebied van welzijn en zorg, zoals de Winterhulp en de Nederlandse Volksdienst, waren ook de kinderuitzendingen alleen bestemd voor het ‘arische’ deel van de bevolking. Elke ouder diende vooraf een verklaring te ondertekenen waarin stond dat zoon of dochter niet van joodse afkomst was. Voor de kindertransporten was een speciale organisatie in het leven geroepen, de Kinderaktion Niederlande-Ostmark. Het was in eerste instantie de bedoeling dat kinderen afkomstig uit door oorlogsgeweld getroffen steden de reis zouden maken. Zij bleven twee tot drie maanden in de Ostmark om in de gezonde berglucht en met extra voeding weer aan te sterken. De kinderen werden ondergebracht bij gastgezinnen. Een groep Nederlandse fotografen en journalisten mocht berichten hoe de kinderen het in den vreemde maakten. In september 1940 stonden de kranten vol met artikelen naar aanleiding van het verblijf van de jonge Nederlanders in Salzkammergut. De meeste verslagen hadden het karakter van idyllische beschrijvingen, waarin de oorlog slechts op de achtergrond figureerde.

Soms was de propaganda onmiskenbaar. Dan werd bijvoorbeeld verslaggedaan van een bezoek aan het graf van de ouders van Hitler in Linz. In andere artikelen werden vrolijke ontmoetingen beschreven met de plaatselijke Hitlerjugend en met de Bund Deutscher Mädel. Bij terugkomst van de kinderen stonden de meeste artikelen in het teken van de internationale verbroedering van de jeugd. Toen de belangstelling van de ouders voor de kinderuitzendingen later afnam, was de organisatie inmiddels opgegaan in de Nederlandse Volksdienst. Er werden nu voornamelijk binnen Nederland zelf kinderuitzendingen verzorgd, naar badplaatsen of bosrijke omgevingen. Soms was de reisbestemming Duitsland en mochten Duitse jongens en meisjes voor een tegenbezoek in Nederland verblijven.

Ook na de bevrijding werden eveneens kinderen naar het buitenland gestuurd om aan te sterken. Twee commissies hielden zich hiermee bezig: de Nationale Commissie tot uitzending van Nederlandsche kinderen 1945 in Den Bosch en - in het begin van de bevrijding - de Netherlands Government Children Committee in Londen. Beide commissies vielen rechtstreeks onder de verantwoordelijkheid van de minister van Sociale Zaken. In februari 1945 vertrokken vanuit Oostende twee schepen met aan boord ongeveer vijfhonderd ondervoede kinderen naar Engeland. Tot en met de zomer van 1947 zouden er nog eens 30.000 volgen. Niet alleen naar Engeland en Schotland, maar ook naar België, Frankrijk, Denemarken en Zweden.

Literatuurverwijzingen

L. de Jong, Het koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog (Den Haag 1969-1988). Deel IV.

 J. Sintmaartensdijk, De bleekneusjes van 1945: de uitzending van Nederlandse kinderen naar het buitenland (Amsterdam 2002).