Navigatie en titel overslaan

Thema's

Nederland

Rechtspraak tijdens WO2

Nederlandse Rechtspraak in Londen

Tijdens de Tweede Wereldoorlog vond er in Groot-Brittannië Nederlandse rechtspraak plaats door Nederlandse rechters en met Nederlandse verdachten. Het ging om maritieme rechtspraak inzake de berechting van zeelieden die ervan  werden verdacht zich aan de vaarplicht te onttrekken. De Nederlandse regering had na haar evacuatie naar Londen besloten de strijd als bondgenoot van de geallieerden voort te zetten en daartoe de koopvaardij in te schakelen. Leden van de gemilitariseerde koopvaardij werden opgeleid tot kanonniers en ingeschakeld bij de verdediging van de schepen. Nederlandse koopvaardijschepen namen in juni 1940 deel aan de evacuatie van Duinkerken (Operatie Dynamo) en aan evacuaties vanuit Franse Atlantische havens. Tevens werden Nederlandse schepen ingezet bij de evacuatie van troepen uit Griekenland en ook bij de geallieerde invasie van Normandië in 1944 waren Nederlandse koopvaardijschepen en zeeslepers betrokken. Tijdens de oorlog heeft de koopvaardij ongeveer 18.500 manschappen geteld, ruim 3300 personen kwamen om het leven.

Om zich verzekerd te weten van voldoende bemanning had de regering in ballingschap in juni 1940 de vaarplicht ingesteld. Volgens de Nederlandse Scheepvaart- en Handelscommissie, die onder toezicht van de regering optrad als beheerder van de koopvaardijvloot, bestond onder veel bemanningsleden namelijk ‘een zekere tegenzin’ om onder oorlogsomstandigheden te gaan varen. Bovendien waren er meer zeelieden nodig, doordat Duitse en Deense schepen waren buitgemaakt die ook moesten worden bemand. In de New Yorkse haven, waar een twintigtal Nederlandse schepen lag, kwam het na mei 1940 tot moeilijkheden, nadat de bemanningen van oude en dus kwetsbare schepen aanvankelijk weigerden naar Groot-Brittannië te varen. Deserteurs konden in de Verenigde Staten door Nederlandse instanties echter niet vervolgd worden.

In Groot-Brittannië was berechting door een Nederlandse rechtbank vanaf oktober 1941 wel mogelijk. Met toestemming van de Britse regering en het Britse parlement werden ter berechting van Nederlandse onderdanen in Londen een Nederlands kantongerecht en een Nederlandse rechtbank opgericht ter berechting van respectievelijk overtredingen en misdrijven. De processen-verbaal die aan de officier van justitie werden voorgelegd, werden in de regel opgemaakt door marechaussees. De beide rechtbanken legden veel voorwaardelijke straffen op, soms een gevangenisstraf die in Groot-Brittannië moest worden uitgezeten. Het functioneren van de Nederlandse gerechten was geregeld in het Organisatie-Besluit Bijzondere Nederlandse gerechten. In het besluit werden een aantal inbreuken gemaakt op de destijds geldende bepalingen van het strafprocesrecht. Zo was het onmogelijk hoger beroep in te stellen.  

Literatuurverwijzingen

K.W.L. Bezemer, Geschiedenis van de Nederlandse koopvaardij in de Tweede Wereldoorlog (Amsterdam 1986-1990).

A.M.G. Smit, Nederlandse maritieme rechtspraak op het grondgebied van Groot-Brittannië gedurende de Tweede Wereldoorlog (Arnhem 1989).