Navigatie en titel overslaan

Thema's

Nederland

Rechtspraak tijdens WO2

Duitse Rechtspraak

Het Nederlandse rechtssysteem bleef van kracht tijdens de bezetting, maar er kwamen Duitse rechtsinstanties bij. In mei 1940 kwamen van de Wehrmacht reeds de krijgsraden en in juni 1940 voegde Seyss-Inquart hier de civiele rechtsinstanties het Landesgericht en het Obergericht aan toe. Deze instellingen waren bevoegd voor onder andere het berechten van (voormalige) Duitse staatsburgers, medewerkers van het bezettingsbestuur, maar ook van bepaalde handelingen die tegen Duitse instituten, personen of belangen waren gericht. De Duitse krijgsraden dienden alleen zaken tegen niet-Duitsers te behandelen waarbij er een Duits militair belang in het geding was. De bedoeling was dus een strikte scheiding van civiele en militaire rechtspraak, waarbij de Duitse civiele rechtbanken toezicht hielden op de Nederlandse rechtspraak. In de praktijk kwam van beide doelen weinig terecht. De Duitse rechtsinstanties hielden niet alleen toezicht, maar grepen direct in in het Nederlandse rechtssysteem. Verder behielden de Duitse krijgsraden een aandeel in de berechting van politieke tegenstanders.

Het Landesgericht was een alleensprekende rechter die een beperkt aantal straffen kon opleggen. Het Obergericht was bezet met drie rechters en bedoeld voor zwaardere zaken en als appelinstantie voor zaken van het Landesgericht. Na uitspraken van het Obergericht was de enige appelmogelijkheid het indienen van een gratieverzoek. Het Obergericht trad ook op als bijzondere rechtsinstantie (Sondergericht). Overigens werden in het begin veel verzetsdaden nog door de Nederlandse rechtbanken afgehandeld, als bijvoorbeeld moord of inbraak. Nederlandse advocaten mochten alleen optreden in Duitse processen na het verkrijgen van een vergunning. Hierbij werden ook twee Joodse advocaten toegelaten, want op een zeker moment mochten Joodse verdachten niet meer door niet-Joden worden verdedigd. Er bestond verder ook nog het SS- und Polizeigericht, maar dat was vooral bedoeld voor het bestraffen van de eigen leden. In de Duitse rechtspraak bestonden andere straffen dan in het Nederlandse systeem, zoals de tuchthuisstraf en de doodstraf. Daarbij lieten de Duitse voorschriften de rechters veel keuze. Zo lieten zij bijvoorbeeld soms verzachtende omstandigheden meewegen, zoals dronkenschap, gebrekkige opvoeding of vrouw-zijn.

Op 1 mei 1943 kondigde Seyss-Inquart, naar aanleiding van de stakingen, het politiestandrecht af. Via twee verordeningen werden allerhande nieuwe strafbare feiten gecreëerd, die echter veelal buitenstrafrechtelijk door de politie werden afgehandeld. De politie verrichtte tijdens de stakingen duizenden arrestaties en de politiestandgerechten overtroffen in één klap de civiele Duitse rechtsinstituties wat betreft aantal doodvonnissen. In september werd bepaald dat de politiestandgerechten ook in “normale” omstandigheden zouden rechtspreken en ook het SS- und Polizeigericht liet nu meer van zich horen. Voortaan vielen namelijk ook alle zaken onder dit gerecht die betrekking hadden op een Nederlandse politie-agent, zowel als slachtoffer als dader.

In de zomer van 1944 bepaalde Hitler dat het Duitse strafrecht in bezette gebieden opgeheven diende te worden. Verzetslieden konden voortaan zonder proces worden doodgeschoten. Het was echter onduidelijk of het Landesgericht en Obergericht hier ook onder vielen, dus die functioneerden in eerste instantie gewoon door. De Duitse politie ging naar aanleiding van het bevel wel minder zaken overdragen aan justitie, waardoor het aantal zaken toch terugliep. In september 1944 verliet het personeel van de Duitse rechtsinstanties Nijmegen en poogde hun werk voort te zetten vanuit een hotel in Delden, Overijssel. In de laatste maanden van de bezetting kwam het werk van het Landesgericht en Obergericht echter nagenoeg stil te liggen. In 1952 bepaalde de minister van justitie in Nederland dat de uitspraken van de Duitse rechters uit de strafregisters verwijderd dienden te worden.

Literatuurverwijzingen

G. von Frijtag Drabbe Künzel, Het recht van de sterkste. Duitse strafrechtspleging in bezet Nederland (Amsterdam 1999).

J. Meihuizen, Smalle marges: de Nederlandse advocatuur in de Tweede Wereldoorlog (Amsterdam 2010)

D. Venema, Rechters in oorlogstijd. De confrontatie van de Nederlandse rechterlijke macht met nationaal-socialisme en bezetting (Den Haag 2007).

Bestellen