Navigatie en titel overslaan

Thema's

Nederland

Openbare orde en Veiligheid

Luchtbescherming

Tijdens de dagen van de mobilisatie nam de overheid maatregelen om de bevolking te beschermen tegen eventuele luchtaanvallen. In 1939 werd de Luchtbeschermingsdienst in het leven geroepen die ook tijdens de bezetting bleef functioneren. Het enthousiasme onder de bevolking zich voor de luchtbescherming in te zetten was groot, ook nadat de bezetter zich steeds meer met de organisatie ging bemoeien. In 1942 stelde rijkscommissaris Seyss-Inquart een luchtbeschermingsplicht in. Het verrichten van diensten en het ter beschikking stellen van goederen kon verplicht worden gesteld. Vanaf dit moment werd ook de nationaalsocialistisch georiënteerde Nederlandse Volksdienst ingezet om na een bominslag hulp te bieden.

De bevolking werd met tal van voorzorgsmaatregelen geconfronteerd. Er werden door de bezetter strenge verduisteringsvoorschriften uitgevaardigd om te voorkomen dat geallieerde vliegtuigen zich konden oriënteren. In de grote steden werd het aantal openbare schuilplaatsen uitgebreid. Duitse militaire waarnemingsposten bepaalden wanneer tot alarmering door de Luchtbeschermingsdienst moest worden overgegaan. Bij ‘luchtgevaar’ gaven de alarmsirenes een ander signaal dan bij ‘luchtalarm’, dat er meestal op volgde. Als het gevaar geweken was, volgde de melding ‘veilig’. Erg in trek waren de openbare schuilkelders niet; bij luchtalarm gaven velen de voorkeur aan portiek of trappenhuis. In huis aan huis verspreide folders werd de bevolking gewezen op de voorzorgsmaatregelen bij luchtalarm en bominslag.

In het Nederlands luchtruim was in de oorlogsjaren veel vliegverkeer. Niet alleen maakten de geallieerden er veelvuldig gebruik van als aanvliegroute naar doelen in Duitsland, het Nederlands grondgebied was ook een belangrijk doelwit van geallieerde acties vanuit de lucht. Tijdens de bezetting werden naar schatting 600 bombardementen uitgevoerd op Nederlandse doelen. De overvliegende toestellen werden bestookt met Duits luchtafweergeschut. Bij de operaties stortten bijna 4200 geallieerde toestellen neer. In 1944 zette Duitsland een nieuw wapen in, het V-wapen (de ‘vergeldingsraket’), dat ook vanuit Nederland werden gelanceerd. Afzwaaiers konden op Nederlandse woonwijken vallen, wat ook met geallieerde bommen het geval was.

Literatuurverwijzingen

J.E. Bosma, Schuilstad: bescherming van de bevolking tegen luchtaanvallen (Amsterdam 2006).