Navigatie en titel overslaan

Thema's

Nederland

Nederlands Bestuur tijdens WO2

Bestuur in Nederland

Toen de ministers en koningin op 13 mei uitweken naar Londen, ontstond in Nederland een leemte op het gebied van bestuur. Besloten was dat de opperbevelhebber het gezag zou krijgen, daarin bijgestaan door de secretarissen-generaal van de departementen, waarmee zij feitelijk de plaatsvervangende ministers werden. Toen Nederland na de capitulatie onder Duits bestuur kwam, zegden zowel de secretarissen-generaal als de lagere bestuursniveaus hun medewerking toe, zodat het bestuursapparaat kon blijven functioneren. Het rijkscommissariaat van Seyss-Inquart, dat op 29 mei in werking trad, was dan ook voornamelijk bedoeld als een toezichthoudend bestuur. Seyss-Inquart kon verordeningen uitvaardigen die de kracht van wet hadden; de secretarissen-generaal konden wat betreft de geldende Nederlandse wetten en zijn verordeningen uitvoeringsvoorschriften uitschrijven. De Eerste en Tweede Kamer en de Raad van State werden buiten werking gesteld. Op 29 mei was ook bekend gemaakt dat van alle in dienst zijnde rechters, ambtenaren en leraren een zogeheten loyaliteitsverklaring zou worden geëist binnen een nader vast te stellen termijn. Door onduidelijkheid van de tekst konden veel ambtenaren hier echter onderuit komen. Zij konden zich beroepen op hun christelijke achtergrond, die onverenigbaar was met het afleggen van een verklaring onder ede. Nieuw in dienst tredende ambtenaren moesten de eed wel afleggen en ook van onderwijskrachten is de verklaring geëist.

Het idee achter het toezichthoudende bestuur van Seyss-Inquart was het bewegen van de Nederlandse samenleving tot zelf-nazificatie. Na de Februaristaking liet de Duitse overheid dit echter varen en werd het openbare leven meer en meer op nationaalsocialistische wijze georganiseerd. Vooral de invoering van het Führer-princip had belangrijke gevolgen voor de Nederlandse bestuursinrichting, omdat het gemeentelijk en provinciaal bestuur in feite werden afgeschaft. De burgemeesters en commissarissen der provincie (voorheen commissarissen van de koningin) kregen nu vergaande zeggenschap en gemeenteraden en Provinciale Staten werden ontbonden of kregen een zuiver adviserende functie. Er werd een rechtstreekse hiërarchische keten gecreëerd van de Rijkscommissaris tot aan de burgemeesters. Steeds meer burgemeesters werden nu ook vervangen door NSB-ers of Duitsgezinden. Het aantal NSB-burgemeesters nam toe van 3% tot bijna 35% en uiteindelijk bleef slechts een kwart van de burgemeesters ongemoeid. Ook in de departementen werden personele wijzigingen doorgevoerd, hoewel de NSB de situatie daar ondermaats bleef vinden.

Met betrekking tot de Nederlandse bestuurders wordt vaak gesproken van het ‘Burgemeesters in oorlogstijd’-probleem. Volgens de vooroorlogse aanwijzingen moesten de ambtenaren hun werk pas staken als de belangen van het Nederlandse volk te ernstig geschaad zouden worden. Het probleem was echter dat als iemand opstapte, een vertegenwoordiger van de Duitse belangen zijn plaats veelal zou innemen. In de praktijk bleef het merendeel dan ook op zijn plaats.

Zie ook het thema 'Duitse overheid en instellingen'.

Wat kunt u onder dit thema vinden?
Alle archieven en stukken die informatie bevatten over het bestuur in Nederland kunt u onder dit thema vinden. Denk daarbij niet alleen aan archieven van de verschillende departementen, maar ook aan provinciale of gemeentelijke regeringsorganen en commissies of diensten (denk bijvoorbeeld aan de distributiedienst). Ook individuele stukken uit archieven die bijvoorbeeld verwijzen naar een burgemeester zijn hieronder geplaatst. In combinatie met het thema Nasleep – Zuivering kunt u archieven en stukken vinden met betrekking tot de naoorlogse zuivering van het Nederlandse ambtenarenapparaat.

Literatuurverwijzingen

G. Hirschfeld, Bezetting en collaboratie. Nederland tijdens de oorlogsjaren 1940-1945 (Haarlem 1991). 

L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. Deel 4 Mei ’40-maart ’41 (Den Haag 1972).

P. Romijn, Burgemeesters in oorlogstijd. Besturen onder Duitse bezetting (Amsterdam 2006).