Navigatie en titel overslaan

Thema's

Nederland

Nasleep

Vermiste Personen

Na het einde van de oorlog bleken tienduizenden Nederlanders vermist te zijn. Onder hen bevonden zich niet alleen Nederlanders van joodse afkomst die naar de concentratie – en vernietigingskampen waren weggevoerd, maar ook Nederlandse krijgsgevangenen en degenen die in het kader van de Arbeidsinzet gedwongen in het Duitse Rijk te werk waren gesteld. Verder werden ook Nederlanders vermist die in Duitse krijgsdienst waren gegaan en aan het Oostfront hadden gestreden. Het opsporen van vermisten uit de oorlog was onder meer de taak van het Informatiebureau van het Nederlandse Rode Kruis. Al in 1909 was dit bureau opgericht met als doel in oorlogstijd inlichtingen te verschaffen over gesneuvelde soldaten, gewonden en gevangenen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was duidelijk geworden dat het bureau zich niet kon beperken tot het verschaffen van inlichtingen over militairen, aangezien de meeste doden en vermisten burgers waren.

Van tienduizenden merendeels joodse Nederlanders kon niet officieel worden vastgesteld dat zij waren overleden. Om de hieruit voortvloeiende juridische complicaties, zoals erfrechtelijke kwesties, het hoofd te kunnen bieden trad in juni 1949 een speciale wet in werking: de Wet houdende voorzieningen betreffende het opmaken van akten van overlijden. Deze wet maakte het mogelijk dat de minister van Justitie bij de burgerlijke stand een akte van overlijden kon laten opmaken, nadat zijn ministerie een onderzoek had ingesteld naar een oorlogsvermiste. Dit onderzoek werd verricht door de Commissie tot het doen van aangifte van overlijden van vermisten, die op eigen initiatief onderzoek deed, maar het stond iedere burger vrij bij haar aangifte te doen van een oorlogvermiste.

Bij haar onderzoek maakte de commissie gebruik van de gegevens van het Informatiebureau van het Rode Kruis. De resultaten van het onderzoek werden gepubliceerd in het Staatsblad. Indien drie maanden na publicatie geen reactie was vernomen, werd een akte van overlijden opgemaakt en kon degene naar wie opsporingsonderzoek was verricht ingeschreven worden in het Centraal register van akten van overlijden van vermisten. Nadat de werkzaamheden van de commissie sedert het begin van de jaren vijftig afnamen, werd zij in september 1962 opgeheven. Het Nederlandse Rode Kruis is zich met onderzoek naar vermisten uit de Tweede Wereldoorlog blijven bezighouden, in samenwerking met onder meer de Gravendienst van de Koninklijke Landmacht en het Korps Landelijk Politiediensten.

Literatuurverwijzingen

M. Bossenbroek, De meelstreep: terugkeer en opvang na de Tweede Wereldoorlog (Amsterdam 2001).