Navigatie en titel overslaan

Thema's

Nederland

Krijgsverrichtingen

Mobilisatie (tot de overgave), 1939-1940

Nederland mobiliseerde op 28 augustus 1939. Generaal I.H. Reynders werd tot opperbevelhebber benoemd, maar enkele maanden later na een conflict met de regering vervangen door generaal H.G. Winkelman. De omstandigheden waren tijdens de mobilisatie niet goed. Zo was de artillerie verouderd, waren er onvoldoende tanks en luchtafweergeschut en was de geoefendheid ook onder de maat. Ten slotte was de nadruk in de verdedigingsplannen pas in een laat stadium verschoven van de IJssel naar de Grebbelinie. De eerste periode van de mobilisatie moest dan ook besteed worden aan het bouwen van stellingen en het oefenen van de troepen.

De Duitse operatieplannen voor de oorlog in het westen waren meerdere malen veranderd. In eerste instantie zou Nederland volgens Fall Gelb zelfs ongemoeid blijven. De Duitse luchtmacht had daar echter grote problemen mee en het plan werd aangepast. In januari 1940 vielen de plannen evenwel in geallieerde handen na de crash van een Duitse piloot in het Belgische Maasmechelen. In het nieuwe Sichelschnittplan moest Heeresgruppe B Nederland bezetten om zo te voorkomen dat het een uitvalsbasis zou worden voor de geallieerden. Op 10 mei ging het plan in werking en trokken Duitse troepen de Nederlandse grens over. De Nederlandse krijgsmacht wist sommige bruggen op tijd te vernietigen, maar andere vielen onbeschadigd in Duitse handen. De Duitsers wisten de Nederlandse luchtmacht ook volledig uit te schakelen.

Het was de bedoeling geweest dat door middel van luchtlandingen rond Den Haag de koningin en ministers gevangen zouden worden genomen, maar dit deel van het plan mislukte en de regering en koningin konden naar Londen vluchten. Ondertussen trokken de Nederlandse troepen zich terug achter de Grebbelinie, maar de verdedigingswerken daar waren nog niet gereed en het was niet gelukt al het land voor de linie onder water te zetten. Toch werden hier nog enkele dagen felle gevechten gevoerd. Hoewel de Duitsers op 13 mei door de Grebbelinie heen braken en de Nederlandse troepen zich verder moesten terugtrekken achter de Hollandse Waterlinie, lagen de Duitsers nu toch achter op hun tijdschema en besloten ze een doorbraak te forceren. Op 14 mei werden Rotterdam, Den Helder en Hengelo gebombardeerd. Omdat de Duitsers ook Utrecht en daarna mogelijk nog andere steden met bombardementen bedreigden, besloot Winkelman op 15 mei tot volledige overgave. Zeeland bleef buiten deze capitulatie, mede omdat daar nog Franse troepen aanwezig waren die op 10 mei waren aangekomen. Het was de bedoeling de Duitsers bij Zeeland nog verder te vertragen, waardoor de Franse troepen hun stellingen zouden kunnen betrekken. De berichten over de Duitse operaties in de rest van het land en geruchten over de Vijfde Colonne zorgden echter voor demoralisatie bij de Zeeuwse troepen. Op 17 mei vond er een bombardement op Middelburg plaats, waarna ook de Commandant in Zeeland tot overgave besloot.

Literatuurverwijzingen

H. Amersfoort en P. Kamphuis (red.), Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied (2e druk; Den Haag 2007). 

L. de Jong, Het koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. Deel 1, Voorspel (Den Haag 1969).

L. de Jong, Het koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. Deel 2, Neutraal (Den Haag 1969).

L. de Jong, Het koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. Deel 3, Mei ’40  (Den Haag 1970).

W. Klinkert, J.W.M. Schulten, L. de Vos (red.), Mobilisatie in Nederland en België, 1870-1914-1939 (Amsterdam 1991).