Navigatie en titel overslaan

Thema's

Nederland

Krijgsverrichtingen

Krijgsverrichtingen 1940-1945

Bombardementen op Nederland tijdens de bezetting

Geallieerde vergissings-bombardementen:

  • Enschede en Arnhem en Nijmegen (22 februari 1943)
  • Rotterdam (31 maart 1943)
  • Amsterdam (17 juli 1943)
  • Geleen (5/6 oktober 1943)
  • Enschede (10 oktober 1943)
  • Maastricht (18 augustus 1944)
  • Hengelo (6 oktober 1944)
  • Rotterdam (29 november 1944)
  • Leiden (10/11 december 1944)
  • Den Haag (3 maart 1945)
  • Enkhuizen (15 maart 1945)

Duitse bombardementen:

  • Eindhoven (19/20 september 1944)
  • Nijmegen (2 oktober 1944)

De Oberbefehlshaber West Gerd von Ruhndstedt, gevestigd in Parijs, was verantwoordelijk voor de verdediging van onder andere Nederland. De krijgsverrichtingen in Nederland tijdens de oorlog stonden vooral in het teken van het bouwen van de Atlantikwall ter verdediging tegen de geallieerden, waarbij duizenden arbeiders tewerk werden gesteld. De bouw werd uitgevoerd door Festungspioniere en de Organisation Todt. Er kwamen vijf Verteidigungsbereiche, bij Vlissingen, Hoek van Holland, Scheveningen, IJmuiden en Den Helder. Op andere plaatsen werden bunkers, geschutsopstellingen en tankgrachten aangelegd. Verder werd in Nederland nog een Stab Küstenverteidigung gevormd, maar over het geheel genomen werd de Duitse troepenmacht in Nederland verzwakt ten behoeve van de oorlog aan het oostelijk front.

In 1944 kwam eindelijk het langverwachte ‘tweede front’ in West-Europa en de geallieerden trokken op door Frankrijk en België richting Nederland. Op 12 september waren al de eerste Limburgse gemeenten bevrijd (Eijsden, Mesch, Mheer en Norbeek). Op 14 september volgde Maastricht. Op 17 september 1944 startte Operatie Market Garden die bestond uit twee delen. Market stond voor de herovering van Eindhoven en Nijmeegse bruggen door Amerikaanse troepen. Dit deel slaagde. Garden stond voor het veroveren van de bruggen van Arnhem door Britse troepen, maar dit mislukte totaal. Na huis-aan-huis gevechten moesten de Britten op 21 september het stuk van de weg dat ze hadden veroverd weer prijsgeven. In de herfst van 1944 werd desondanks heel Nederland bezuiden de grote rivieren bevrijd, waarbij vooral in Zeeland een hevige strijd woedde van 85 dagen. De rest van Nederland bleef echter bezet.

In februari startten de geallieerden met een nieuwe poging om de Rijn over te steken en deze keer waren ze succesvol. Omdat het westen als te dichtbevolkt werd beschouwd om daar een front te openen, richtten de geallieerden zich in eerste instantie meer op het noorden en oosten van het land. De Achterhoek werd al snel veroverd, maar de steden Doesburg en Deventer werden moeilijker van de Duitsers gewonnen. Twente en Oost-Drenthe volgden, waarna de Canadezen oprukten naar het noorden van Nederland. Ook daar vonden hevige gevechten plaats, waarbij bijvoorbeeld Groningen en Delfzijl hevig getroffen werden. De bevrijding van Friesland volgde op 18 april, met uitzondering van de Waddeneilanden, waar Texel in april het toneel werd van een opstand tegen de Duitsers van de daar geplaatste Georgiërs in de Duitse legers. Deze opstand werd na vijf weken hevige strijd door de Duitsers neergeslagen. Terwijl de Duitsers zich in de rest van Nederland op 4 mei 1945 onvoorwaardelijk overgaven zodat de geallieerden West-Nederland konden binnentrekken, bleef Texel nog tot 20 mei in Duitse handen, tot de aankomst van Canadezen op het eilandje. De strijd was nu overal in Nederland ten einde gekomen.

Literatuurverwijzingen

L. de Jong, Het koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. Deel 10, Het laatste jaar (Den Haag 1980-1982). 

J. Keegan, Atlas of World War II (Londen 2006).

C. Klep, en B. Schoenmaker (red.), De bevrijding van Nederland 1944-1945. Oorlog op de flank (Den Haag 1995).

W. Klinkert, J.W.M. Schulten, L. de Vos (red.), Mobilisatie in Nederland en België, 1870-1914-1939 (Amsterdam 1991).