Navigatie en titel overslaan

Thema's

Nederland

Krijgsgevangenen

Niet-geallieerde Krijgsgevangenen

Over het algemeen was de behandeling van Duitse soldaten die in handen van de westerse geallieerden waren gevallen overeenkomstig de volkenrechtelijke overeenkomsten. In de meeste gevallen was er sprake van behoorlijke verzorging en behuizing. Niettemin namen inbreuken op de regels in het eindstadium van de oorlog toe, meestal als gevolg van het bekend worden van nationaalsocialistische misdaden. Grote problemen ontstonden nadat Amerikaanse en Britse troepen in de lente van 1945 de Rijn waren overgestoken en miljoenen Duitse soldaten zich overgaven. Voor hen werden in allerijl Prisoner of War Transient Enclosures (PWTE) ingericht. In deze ‘kampen’, stukken land omheind door prikkeldraad zonder onderkomens en voorzieningen, werd de eerste weken honger geleden. Niet alleen als gevolg van de gebrekkige voedselleveranties, maar ook vanwege corruptie van de Duitse kampleiding en Amerikaans bewakingspersoneel. Duizenden krijgsgevangenen zijn in deze Rheinwiesenlager omgekomen door honger en uitputting. In de zomer verbeterde de voedselvoorziening en werden de gevangenen in tenten ondergebracht. Met de vrijlating van de Duitse krijgsgevangenen begonnen de westelijke geallieerden al spoedig na de capitulatie; eind 1948 stonden alle gevangenen - met uitzondering van veroordeelde oorlogsmisdadigers - op vrije voeten.

De omstandigheden waaronder Duitse krijgsgevangenen moesten leven die in Russische krijgsgevangenschap waren geraakt, waren al even rampzalig als die van de Russische soldaten die in handen van de Wehrmacht waren gevallen. Van de Duitse soldaten die in 1941/42 gevangen werden genomen kwam 90% om het leven en zelfs van degenen die rond de capitulatie door het Rode Leger krijgsgevangen werden gemaakt, stierf een kwart voordat zij werden vrijgelaten. Lange tijd liet de Sovjet-Unie alleen gevangenen gaan die niet in staat waren om te werken in de werkkampen in het oosten van de Sovjet-Unie. De overigen moesten deels tot 1955 wachten voordat zij naar huis mochten. Van de ruim 3 miljoen in Sovjet-Russische gevangenschap geraakte Duitse soldaten keerde ruim 1 miljoen niet terug.

Rond de 1 miljoen vrijwilligers uit door nazi-Duitsland bezette of met hem verbonden landen hebben in Wehrmacht en SS gediend. Zij vochten vooral aan het Oostfront. Ook velen van hen belandden in de krijgsgevangenkampen van het Rode Leger. Onder de buitenlandse vrijwilligers bevonden zich tussen de 22.000 tot 23.000 Nederlanders, deels NSB’ers, andere nationaalsocialisten en avonturiers. Vanaf eind mei 1940 bestond voor Nederlanders de mogelijkheid vrijwillig toe te treden tot SS-Standarte ‘Westland’, een onderdeel van de Waffen-SS, of - sinds de Duitse inval in de Sovjet-Unie in juni 1941 - tot het Vrijwilligers Legioen Nederland. Zomer 1943 werd het legioen omgedoopt tot de 4e SS-Freiwilligen-Panzergrenadier Brigade ‘Nederland’, die ondanks de naam slechts voor een derde uit Nederlanders bestond, in totaal zo’n 6000 man.

Literatuurverwijzingen

W. Benz und A. Schardt, Deutsche Kriegsgefangene im Zweiten Weltkrieg : Erinnerungen von Heinz Pust, Hans Jonitz, Kurt Glaser und August Ringel (Frankfurt am Main 1995).
G. Bischof, S. Karner und B. Stelzl-Marx (Hrsg.), Kriegsgefangene des Zweiten Weltkrieges: Gefangennahme, Lagerleben, Rückkehr (Wien 2005).