Navigatie en titel overslaan

Thema's

Nederland

Krijgsgevangenen

Geallieerde Krijgsgevangenen

Ondanks de internationale afspraken inzake de menswaardige behandeling van krijgsgevangenen, zoals neergelegd in de Geneefse Conventie, was de behandeling van krijgsgevangenen in de Tweede Wereldoorlog zeer verschillend. Hun behandeling hing af van het tijdstip waarop zij gevangen werden genomen, maar vooral van het land dat hen gevangen nam. De wijze waarop de Duitsers de westelijke geallieerde krijgsgevangen behandelden, was doorgaans overeenkomstig de internationale bepalingen. Een van de uitzonderingen betrof de behandeling van geallieerde commando-eenheden, die volgens Hitlers Kommandobefehl van oktober 1942 onmiddellijk moesten worden doodgeschoten nadat zij in Duitse handen waren gevallen.

In strijd met alle bepalingen van de internationale regels was de behandeling van Russische krijgsgevangenen door de Duitsers. De reden hiervan was niet alleen het niet ondertekenen door het Sovjet-regime van de Conventie van Genève, maar ook de aard van de oorlog in het oosten die door de nazi’s als een meedogenloze Vernichtungskrieg werd gevoerd. Honderdduizenden verzwakte, gewonde en zieke Russische krijgsgevangen werden na veldslagen aan hun lot overgelaten, wat tot massale sterfte leidde. Ook tijdens transporten naar krijgsgevangenkampen lieten velen het leven. In de Duitse krijsgevangenkampen, de Stalags, kwam aan het sterven geen einde, omdat de verzorging abominabel was. Pas nadat Russische krijgsgevangen in de bewapeningsindustrie en in de landbouw te werk werden gesteld, verbeterde althans het lot van degenen die nog tot werken in staat waren. In totaal kwamen van de bijna 5,5 miljoen leden van het Rode Leger die in Duitse handen vielen ongeveer 2,5 miljoen om het leven.

Als soldaten van een Westers land viel ook de Nederlandse krijgsgevangenen in Duitse handen een behandeling ten deel conform de Conventie van Genève. Na de capitulatie van het Nederlands leger werden 20.000 van de 300.000 Nederlandse militairen korte tijd in krijgsgevangenkampen in Duitsland opgesloten. Als gebaar van goede wil werden zij in juni 1940 in opdracht van Hitler vrijgelaten, met uitzondering van oud-opperbevelhebber generaal Winkelman en enkele andere hoge officieren die tot de bevrijding geïnterneerd bleven. De andere Nederlandse beroepsmilitairen dienden een ‘erewoordverklaring’ te ondertekenen, waarin zij beloofden niets ten nadele van Duitsland te ondernemen. De meesten (14.400 man) zetten hun handtekening, de weigeraars werden als krijgsgevangenen weggevoerd.

In mei 1942 werden op grond van de verdenking dat voormalige beroepsofficieren in het verzet actief waren geweest, de meesten van hen (2727 in getal) gevangen genomen. Zij werden eerst naar het Poolse Stanislau overgebracht, later naar het Duitse Neu-Brandenburg. Het jaar daarop besliste de bezetter dat alle dienstplichtigen weer krijgsgevangenen zouden worden gemaakt en naar Duitsland worden gevoerd voor gedwongen tewerkstelling. Uit protest tegen dit besluit braken in veel plaatsen de ‘April-Meistakingen’ uit. In totaal meldden zich in de zomer van 1943 van de ongeveer 240.0000 ex-militairen niet meer dan 11.000 soldaten, die als krijgsgevangenen werden overgebracht naar kampen in Duitsland en Polen.

In Londen bereidde de Commissie Hondelink de repatriëring van de krijgsgevangenen voor, in de praktijk zou vooral de Supreme Headquarters of the Allied Expeditionary Forces (SHAEF) zich hiermee gaan bezighouden. In september 1944 verplaatste dit bureau van de geallieerden zich naar het continent. In mei 1945 werd het Nederlands Ontvangstcentrum Krijgsgevangenen in het Belgische Godinne geopend. Van hieruit werden de militairen naar Breda (officieren) of Tilburg (onderofficieren en manschappen) gebracht.

Literatuurverwijzingen

G. Bischof, S. Karner und B. Stelzl-Marx (Hrsg.), Kriegsgefangene des Zweiten Weltkrieges: Gefangennahme, Lagerleben, Rückkehr (Wien 2005).
K. Kornaat, In de greep van de vijand: Nederlandse militairen in Duitse en Japanse krijgsgevangenschap 1940-1945 (Amsterdam 1995).
L. de Hartog, Officieren achter prikkeldraad 1940-1945: Nederlandse militairen in Duitse krijgsgevangenschap (Baarn 1983).