Navigatie en titel overslaan

Thema's

Nederland

Kampen en Gevangenissen

Overig

Na de Duitse inval op 10 mei 1940 begon de bezetter direct met de bestrijding van de politieke oppositie en van allerlei activiteiten die als gevaarlijk en ongewenst werden beschouwd voor de Duitse zaak. Hanns Albin Rauter, de Generalkommissar für das Sicherheitswesen, stond aan het hoofd van het veiligheidsapparaat dat voor de repressie verantwoordelijk was. Ook de Duitse en Nederlandse politiediensten vielen onder Rauters gezag. Duitse rechtbanken werden ingesteld voor de berechting van verzetsdaden tegen de Duitse overheid. Bovendien werden delicten die het algemeen belang schade toebrachten, vooral de voedselvoorziening, voor deze rechtbanken in behandeling genomen. Nederlanders die een tuchthuisstraf kregen opgelegd, werden naar tuchthuizen in Duitsland overgebracht. Wie door een Duitse rechtbank een gevangenisstraf tegen zich hoorde eisen, werd opgesloten in een Duitse afdeling van een Nederlandse gevangenis, zoals de beruchte strafgevangenis in Scheveningen (het ‘Oranjehotel’). Hier hebben naar schatting 26.000 tot 30.000 mannen en vrouwen gevangen gezeten. Een groot aantal was betrokken bij het verzet, anderen waren gepakt wegens verboden radiobezit of omdat zij joden of geallieerde piloten hadden geholpen. Tot begin 1941 was het Nederlandse bewakingspersoneel niet noodzakelijk pro-Duits, maar daarna kwam de leiding in Scheveningen in handen van de SS en werden Nederlandse en Duitse nationaalsocialistische bewakers aangesteld. Met hun komst verslechterden de omstandigheden van de gevangenen aanzienlijk.

 

Hoewel de Sicherheitspolizei en Sicherheitsdienst in bijvoorbeeld Scheveningen hele cellenblokken in gebruik had, bleek de capaciteit spoedig onvoldoende en werden gevangenkampen ingericht waar Nederlandse arrestanten ondergebracht konden worden. In totaal werden vijf kampen in gebruik genomen: bij Schoorl, Ommen, Vught, Amersfoort en Westerbork. Tot de eerste gevangenen in Schoorl behoorden leden van de Communistische Partij Nederland en van de Anti-Revolutionaire Partij. In de herfst van 1941 werd het kamp verplaatst naar Amersfoort waar het grotere Polizeiliches Durchgangslager was ingericht. Hier zaten uiteenlopende groepen gevangenen opgesloten: politieke gevangenen, joden, Jehova’s getuigen, smokkelaars en ‘asocialen’. In het kamp werd veel honger geleden en er werd op grote schaal geweld gebruikt. Verscheidene gevangenen, vooral joden, zijn er doodgeslagen of anderszins vermoord. Voorjaar 1943 werd het kamp ontruimd en werden de gevangenen overgebracht naar kamp Vught. In de tweede fase van zijn bestaan, vanaf mei 1943, diende Amersfoort als doorgangskamp voor onderduikers van de Arbeidsinzet. In de korte tijd van zijn bestaan zaten in kamp Erika bij Ommen vooral gevangenen die veroordeeld waren vanwege  economische delicten, zoals zwarte handel. Begin 1943 werd bij Vught het Konzentrationslager Herzogenbusch in gebruik genomen, het enige SS-concentratiekamp in bezet West-Europa. In kamp Vught, dat rechtstreeks onder bevel stond van het SS-hoofdkwartier in Berlijn, werden de uit Amersfoort afkomstige gevangenen ondergebracht in het Schutzhaftlager. In mei 1943 kwam er een aparte afdeling voor vrouwelijke gevangenen en een speciaal Judendurchgangslager.

 

Kamp Westerbork nam een aparte positie in, omdat dit kamp uitsluitend diende als doorgangskamp naar de Duitse concentratie- en vernietigingskampen in Oost-Europa. Vanuit dit kamp is het merendeel van de ongeveer 107.000 joden weggevoerd die in totaal op transport gesteld zijn. Ook enige honderden Sinti en Roma, en enige tientallen niet-joodse verzetsstrijders zijn via Westerbork gedeporteerd.  Op 1 juli 1942 kreeg het kamp zijn officiële status als doorgangskamp, dat ressorteerde onder de Befehlshaber der Sicherheitspolizei und des SD. De kampbewaking was aanvankelijk in handen van het SS-Wachbataljon, dat vooral uit Nederlandse vrijwilligers bestond. Later werden zij afgelost door de Nederlandse marechaussee, die op hun beurt na verloop van tijd werden vervangen door het Politiebataljon Amsterdam, waarvan vooral Schalkhaarders deel uitmaakten.