Navigatie en titel overslaan

Thema's

Nederland

Kampen en Gevangenissen

Gijzelaars

In juli en oktober 1940 namen de Duitsers ongeveer vierhonderd mensen gevangen om het Gouvernement in Nederlands-Indië onder druk te zetten de daar geïnterneerde Duitsers goed te behandelen. De zogenoemde Indische gijzelaars, onder wie verlofgangers uit Nederlands-Indië, werden overgebracht naar het Duitse concentratiekamp Buchenwald bij Weimar en in november 1941 geïnterneerd in het Grootseminarie Haaren in Noord-Brabant. In mei en juli 1942 werden nog eens honderden ‘anti-verzetsgijzelaars’ in gijzeling genomen om de bevolking bij een eventuele geallieerde invasie van grootscheepse verzetsacties te weerhouden. Deze groep werd vastgehouden in het in de buurt van Haaren gelegen Kleinseminarie ‘Beekvliet’ in Sint-Michielsgestel. Nadat het Grootseminarie Haaren in de loop van 1942 steeds meer dienst ging doen als gevangenis van de Sicherheitsdienst (SD) werden de Indische gijzelaars opgesloten in de voormalige jongenskostschool ‘De Ruwenberg’ te Sint Michielsgestel. In totaal werden bijna tweeduizend personen in gijzeling genomen.

De ‘anti-verzetsgijzelaars’ in Beekvliet bestond uit een doorsnee van de Nederlandse elite. Onder de gegijzelden waren politici, bestuurders, hoge ambtenaren, zakenlieden, hoogleraren, schrijvers en musici. Het ging onder meer om prominenten als Simon Vestdijk, Johan Huizinga, Frits Philips, Jan de Quaay en Willem Schermerhorn. Hun lot was onvergelijkelijk veel beter dan dat van de ‘gewone’ gevangenen in kampen als Vught en Amersfoort. De geïnterneerde elite hoefde geen dwangarbeid te verrichten en werd goed behandeld. Door de Duitse en Nederlandse bewakers werden zij met rust gelaten, zolang zij zich niet misdroegen. Men bracht de tijd door met studie en discussie, onder meer over de politieke toekomst van het land na de bevrijding. Er werden sportwedstrijden georganiseerd en het kamporkest gaf concerten in de kantine. In de loop van de bezetting arriveerden nieuwe gijzelaars, anderen mochten naar huis. Zolang Nederland zich gewillig liet nazificeren zouden de gijzelaars met rust worden gelaten. Maar stelde de bevolking zich niet coöperatief op dan zouden zij gevaar lopen.

 

Eind 1941 was het duidelijk dat Nederland zich niet vrijwillig zou invoegen in het Derde Rijk. Er volgden allerlei maatregelen om de Nederlandse samenleving onder dwang op nationaalsocialistische grondslag te organiseren. Later ging de bezetter over tot systematische terreurmaatregelen tegen de gehele bevolking, veelal bij wijze van represaille. In augustus 1942 probeerde een Rotterdamse sabotagegroep tevergeefs een aanslag te plegen op een trein met Duitse verlofgangers. De Wehrmachtsoldaten bleven ongedeerd, maar de vertoornde generaal Christiansen eiste dat twintig in Brabant geïnterneerde gijzelaars moesten worden geëxecuteerd. Rijkscommissaris Seyss-Inquart besloot echter dat er vijf van hen ter dood gebracht zouden worden, mits de bevolking binnen een week inlichtingen zou verstrekken die zouden leiden tot aanhouding van de daders. Omdat er geen tips binnenkwamen, liet SS-chef Rauter op 14 augustus 1942 in de bossen bij Goirle vijf gijzelaars executeren die banden hadden met Rotterdam. In oktober zouden nog drie gijzelaars worden weggehaald en doodgeschoten.

Literatuurverwijzingen

A.J.M. van Hedel, H.G.N.M. van Helvert, M.H.J. Paijmans, Indische gijzelaars in Haaren en Sint Michielsgestel (Haaren 2004).