Navigatie en titel overslaan

Thema's

Nederland

Illegaliteit

Weinig Nederlanders stonden welwillend tegenover de Duitse inval in mei 1940. Hoewel niet pro-Duits of pro-nazi reageerden velen aanvankelijk afwachtend en ook coöperatief op het bezettingsregime, dat aanvankelijk met zachte hand de bevolking voor zijn doeleinden probeerde te winnen. Rijkscommissaris Seyss-Inquart had verklaard als vriend te zijn gekomen en het Duitse leger gedroeg zich over het algemeen correct. Toch waren er al vroeg uitingen van protest en verzet tegen de bezetting. Direct na de capitulatie verschenen de eerste illegale blaadjes, zoals het handgeschreven Geuzenbericht dat al op 15 mei uitkwam. Spoedig verschenen er meer illegale uitgaven, getypt of gestencild, in nog slechts kleine oplagen. Een andere uiting van pril protest tegen de bezetting was de nationale manifestatie op Anjerdag (29 juni 1940), een grootscheeps betoon van aanhankelijkheid aan het Huis van Oranje. Van georganiseerd verzet was in de eerste bezettingsmaanden nog geen sprake, veelal ging het om individuele acties met soms een ludiek karakter.

Nadat de pogingen van de bezetter het Nederlandse volk vrijwillig tot het nationaalsocialisme te brengen waren mislukt, werden de onderdrukkingsmaatregelen verscherpt. Anti-Duitse activiteiten vonden sedertdien steeds meer in georganiseerd verband plaats. In de zomer van 1942 maakte de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers zich breed. Zij hielp onderduikers (verzetsmensen, joden, mannen die de Arbeitseinsatz ontdoken) aan een onderduikadres en zorgde voor valse identiteitspapieren. Haar hulporganisatie, de Landelijke Knokploegen (LKP) pleegde overvallen op bevolkingsregisters en distributiekantoren waarbij het nodige geweld gebruikt werd. Ook overvielen de knokploegen gevangenissen om verzetsmensen te bevrijden, pleegden zij sabotage en liquideerden zij Duitsers, collaborateurs en verraders. Een andere verzetsorganisatie was de Raad van Verzet, waarbij het kunstenaarsverzet en de sabotagegroepen van de Communistische Partij Nederland zich aansloten. Zelfstandige groepen, zoals de Groep Albrecht en Rolls Royce, hielden zich bezig met het vergaren van militaire en politieke inlichtingen die naar Londen werden doorgeseind.

Na de April-Meistakingen in 1943 nam de anti-Duitse stemming sterk toe en daarmee de bereidheid ondergrondse activiteiten te ontplooien. Het aantal clandestiene bladen breidde zich uit, ondanks de scherpe repressie; ruim zevenhonderd mensen vonden door hun werk voor de illegale pers de dood. De ondergrondse pers verspreidde niet alleen illegale kranten, maar ook grote hoeveelheden brochures, pamfletten, gedichten, spotprenten en tekeningen. In het zicht van de geallieerde overwinning kregen illegale organisaties een massaal karakter en werd het verzet steeds gewelddadiger. Bevolkingsregisters en arbeidsbureaus werden opgeblazen, terwijl er honderden Duitsers, NSB’ers en verraders in de laatste oorlogsmaanden geliquideerd werden. Op verzoek van de Nederlandse regering in Londen hadden de grootste verzetsorganisaties (LKP, Raad van Verzet en Ordedienst) zich verenigd in de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten. Door achterdocht en afgunst kwam het echter niet tot een gezamenlijk optreden en bleef het bij individuele acties van de afzonderlijke groepen.

Wat kunt u onder dit thema vinden?
Alles wat in enige mate tegen het Duitse beleid inging is onder het thema illegaliteit geplaatst. Uiteraard vindt u hier archieven van verzetsgroeperingen en illegale kranten, maar u kunt ook denken aan het neerleggen van de functie van arts vanwege de verplichting tot de Artsenkamer toe te treden. Ook archieven met betrekking tot stakingen zijn onder dit thema geplaatst, in combinatie met het thema Economisch Leven.

Literatuurverwijzingen

J. Hof, Verzet 1940-1945 (Kampen 2002).

L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. Dl. VII (Den Haag 1976).

B. Moore (ed.) Resistance in Western Europe (Oxford 2000).

W. Rings, Leven met de vijand: aanpassing en verzet in Hitlers Europa 1939-1945 (Amsterdam 1981).

C.M. Schulten, ‘En verpletterd wordt het juk': verzet in Nederland (Amsterdam 1995).