Navigatie en titel overslaan

Thema's

Nederland

Collaboratie

Lange tijd heeft het verhaal van de oorlog in het teken gestaan van de scheidslijn tussen ‘goed’ en ‘fout’, tussen collaboratie en verzet. In de directe naoorlogse jaren is actief geprobeerd de ‘foute’ elementen uit de samenleving te verwijderen, door zuivering en de bijzondere rechtspleging. De strikte verdeling heeft echter ook altijd problemen opgeleverd, omdat er sprake bleek te zijn van een glijdende schaal, waarbij aanpassing en collaboratie soms heel dicht bij elkaar lagen. Daarbij was het niet altijd duidelijk of samenwerken met de bezetter vrijwillig of gedwongen was geweest.

 

Heel breed wordt collaboratie gedefinieerd als samenwerken met de vijand. Hier kunnen echter een groot scala aan handelingen onder vallen, variërend van het tekenen van een loyaliteitsverklaring tot het verraden van landgenoten. Belangrijke vormen van collaboratie die vooral in de jaren vlak na de oorlog veel aandacht kregen, waren die van het ‘politieke delict’, de ambtelijke collaboratie en die van de economische collaboratie. In 1962 werd daarnaast de term ‘seksuele collaboratie’ geïntroduceerd, waarmee gedoeld werd op de vrouwen die seksuele relaties met Duitsers onderhielden. Ondanks dat deze relaties doorgaans geen politieke motieven hadden, beschouwden velen dit toch als onvaderlands gedrag.

 

De ambtelijke collaboratie was gecompliceerd. Hoewel het samenwerken met een vijand strafbaar was, was in de jaren dertig in de zogeheten Aanwijzingen vastgelegd dat ambtenaren ‘in het belang der bevolking’ mee moesten werken met eventuele maatregelen van een bezettende macht. Toch was het in de praktijk lastig te bepalen wat onder de Aanwijzingen wel en niet mocht en dit wordt doorgaans aangeduid als het ‘burgemeester in oorlogstijd’-probleem. Ook de economische collaboratie was lastig te beoordelen. Loe de Jong beschrijft in zijn Koninkrijk der Nederlanden dat gedurende de oorlog een kwart tot ruim de helft van de Nederlandse industrie werkzaam is geweest in opdracht en ten behoeve van de Duitsers. Een groot deel van die opdrachten behelsden orders voor de Duitse Wehrmacht.

Wat kunt u onder dit thema vinden?

Vanwege de gecompliceerde definitie van het begrip collaboratie is deze term niet werkbaar voor het categoriseren van archieven. Aan de hand van beschrijvingen van de inhoud van archieven of inventarisnummers is niet af te leiden in hoeverre er sprake was van gedwongen of vrijwillige samenwerking met de Duitsers of wat de uitkomst was van onderzoek naar gedragingen tijdens de oorlog. Wij verwijzen u daarom graag naar andere manieren om in onze database archieven met betrekking tot dit thema te vinden. De belangrijkste bron van informatie met betrekking tot collaboreren zijn de archieven met betrekking tot de naoorlogse rechtspleging. Zie hiervoor het thema Nasleep – Internering, onderzoek en rechtspraak. Verder kunt u uiteraard zoeken op trefwoorden als collaboratie/collaborateur of politieke delinquenten.

Literatuurverwijzingen

M. Diederichs, Wie geschoren wordt, moet stil zitten. De omgang van Nederlandse meisjes met Duitse militairen (Amsterdam 2006).

G. Hirschfeld, Bezetting en collaboratie. Nederland tijdens de oorlogsjaren 1940-1945 (Haarlem 1991).

J.P. Meihuizen, Noodzakelijk kwaad. De bestraffing van economische collaboratie in Nederland na de Tweede Wereldoorlog (Amsterdam 2003).